Blauwbaard

Kopje onder & spartelen

Het is eind december. Ik kijk terug op de voorbije maanden. Sinds het vertrek van Dirk waren er ups en downs. Als ik het in een beeld moet vatten, zou ik het beschrijven als zwemmen, vaak kopje onder dreigen te gaan, bij momenten elementen zien waar ik me aan vast kon grijpen, maar telkens terug met die natte handen grip verliezen, loskomen, kopje onder gaan, spartelen, erg moe worden.

Schrijven over de ups en downs

Soms had ik het gevoel dat de lezers het even zat waren als ikzelf.

De ups en de downs. Ik schreef er over, hier. Soms vroeg ik me af of ik het wel moest doen. Want het was naakt, en kwetsbaar. Soms was ik het zelf spuugzat, het hele verhaal, het gesmacht naar een Dirk die niet deugt, het eeuwige liedje dat ik moe ben en verdriet heb. Soms had ik het gevoel dat deze blog een vrijplaats werd voor echte verhalen. Soms had ik het gevoel dat de lezers het even zat waren als ikzelf. Soms kreeg ik een berg ongevraagd maar heel goed bedoeld advies dat ik in mijn verdrinken niet kon uitvoeren. Soms kreeg ik een heleboel liefdevolle acties van lezers over me heen, zie bijvoorbeeld Sinterklaasblogje. Soms kreeg ik de boodschap van anderen dat ze blij waren dat ik schreef, dat het troost. Zelf weet ik niet zo goed of een blog als deze onder de categorie ‘arme-ik’-blogs valt, eindeloos in herhaling valt, of gewoon het eerlijke verhaal probeert te brengen van verdriet dat erg taai is, en dat elke keer als je denkt dat het het overwonnen hebt, weer terug slaat. En ik probeer ook inzicht te geven in het alleenstaande ouderschap. Ik stelde me er zelf nooit veel vragen bij, tot ik zelf in de situatie zat. Ik denk dat ieder van ons wel alleenstaande ouders kent. En ik geloof dat die allemaal op hun tijd vechten met zichzelf om geld, om tijd, om rust, om het verzoenen van hun eigen verlangens met de noden van hun kinderen, om het loslaten van het ideale plaatje enzovoort. Lees bijvoorbeeld a game to play daarover. Of wat ik schreef over de combi werk-gezin voor alleenstaande ouders, werk-gezin-combi. Ik denk trouwens dat al die worstelingen die ik net noemde, niet voorbehouden zijn voor alleenstaande ouders, maar herkenbaar voor iedereen die zorgt draagt voor iets of iemand anders.

Veranderingen in kleine stapjes

Terug naar het zwemmen. Soms deed ik pogingen om uit het water te klimmen. Ik maakte masterplannen, zette stapjes. Er veranderden dingen, zeker, maar het bleef zwemmen.

Dat er dingen veranderden, besprak ik in het eindgesprek van mijn cursus work-life-balance. (Voor het verhaal over de eerste sessie: eerste sessie work-life-balance.) De lesgeefster gaf me terug dat ik de eerste sessies totaal in een fight/flight-modus zat en dat ik ergens halverwege een omschakeling heb gemaakt, naar een meer relaxte staat van zijn, een andere prioritering gevend aan de dingen in mijn leven. Ik merk zelf dat ik inderdaad een dagje naar het museum even belangrijk ben gaan vinden dan het afwerken van een rapport. Omdat ik geleerd heb dat je een balans moet vinden tussen wat moeite kost, en wat energie oplevert. Tegelijkertijd merk ik ook dat ik wat doorgeslagen ben in dat relax, en dat ik mijn grip op de dingen wat verlies en verval in eindeloze vermoeidheid. De lesgeefster wist me te vertellen dat dat over zal gaan, en dat ik dan naar een punt zal komen dat ik niet meer zo hard en krampachtig werk als vroeger, maar dat ik een gezonde efficiëntie bereik en wat meer balans in mijn leven.

Voedingssupplementen, pepmiddelen, koffie en suiker en zuivel minderen

Dingen veranderen, dus. Maar het zwemmen bleef, de vermoeidheid leek erg genadeloos. Ik probeerde truukjes, zoals voedingssupplementen, pepmiddelen, koffie en suiker en zuivel minderen.

Ik heb al verschillende keren gedacht dat ik de beslissende stap vooruit heb gezet, waar ik dan over schreef, om een tijdje later weer te zeuren over verlangens naar Dirk, verdriet en vermoeidheid. Daarom durf ik geen victorie meer kraaien, geen hoera meer te roepen.

Maar enkele dagen geleden had ik een gesprek met een vriendin. Als gevolg van dat gesprek ging ik het verhaal van Blauwbaard lezen in ‘De ontembare vrouw’, van Clarissa Pinkola Estés.

Op pagina 63 staat: ‘Een vrouw probeert zich misschien te verbergen voor de verwoestingen in haar leven, maar het bloeden, het verlies van levenskracht, zal doorgaan totdat zij de roofvijand in zijn ware gedaante ziet en deze aan banden legt.’

En op pagina 65: ‘In deze situatie verliest een vrouw haar energie om iets tot stand te brengen, of dit nu oplossingen voor alledaagse levenskwesties rond school, gezin of vriendschappen betreft, of haar bezorgdheid over dwingende kwesties in de wijde wereld of zaken des geestes, haar persoonlijke ontwikkeling, haar kunst. Het is niet alleen maar iets uitstellen, want het gaat weken en maanden lang door. Ze lijkt uitgeblust, vol ideeën misschien, maar volkomen lusteloos en steeds minder in staat naar deze ideeën te handelen.’

De herkenning trof me. Ik besefte dat je moe wordt van het combineren van werk en gezin en van het alleenstaand moederen. Maar dat uitputting komt door het verliezen van levenskracht aan iets dat je als roofvijand zou kunnen bestempelen. Ik weet heel goed dat dat in mijn leven de destructieve verhouding is met Dirk, het verlangen naar iemand die geen goede man is voor me. En de uitputting die daardoor wordt veroorzaakt, kan ik niet bestrijden met een vitaminepil.

Dus ik stuurde een mailtje, naar een vrouw die vrouwen begeleidt om terug toegang te krijgen tot hun eigen innerlijke, tot hun eigen kracht. Ik wil niet meer uitgaan van mijn zwakte en vermoeidheid, ik wil uitgaan van de kracht die er is, en daar opnieuw mee in contact komen. Ik ben bang dat het me niet lukt, en dat ik binnenkort weer moet toegeven dat mijn hand weer grip verloor terwijl ik echt dacht dat ik me ging optrekken uit dat water. Maar kijk, ik wil het proberen.

Sinds ik het verhaal gelezen heb, voel ik me alleszins alsof ik ‘wakker’ geworden ben. En ik ben er in geslaagd twee avonden op rij op te blijven, in plaats van erg vroeg te gaan slapen. Wie weet. Wie weet lukt het deze keer echt.

Dwarrelgedachte

Een paar dagen geleden had ik een gesprekje met mijn babysit. Eén van mijn babysits, één uit dat legertje geweldige jonge dames, die met veel moed en energie mijn twee aapjes te lijf gaan.

Het ging over de examens. Ze was ook in de examens komen babysitten, iets waar ik als jongere nooit aan had kunnen/mogen denken. Dan zei ze dat ze ‘klaar’ was met studeren. Ik was nooit klaar met studeren. Of dat het niet zo veel was en ze best een uurtje later kon beginnen. Ik vond het altijd veel, en kon nooit een uurtje later beginnen.

Ik vroeg haar hoe ze terugkeek op de examenperiode. Het was allemaal goed gegaan, veel beter sinds ze van richting veranderd was. Die richting van vorig jaar had ze ook wel kunnen blijven doen, maar met meer moeite. En nu ging ze naar de bibliotheek, boeken lezen, en een dagje shoppen met vriendinnen en naar de film.

Ik dacht even terug aan mezelf, en aan hoe ik altijd – door mezelf? door mijn ouders? – zo hoog mogelijk gemikt had. Misschien heb ik niet alles er uit willen halen wat er in zat, maar alles er uit willen pérsen wat er zin zat. En misschien was het leven leuker geweest tot nu toe als ik een versnelling lager had geschakeld, het mezelf wat makkelijker had gemaakt en zo wat ruimte had gecreëerd om te ‘zijn’.

En misschien kan ik dat inzicht ook op vandaag toepassen.

En zo blijven ze maar dwarrelen. Die puzzelstukjes met gedachten en inzichten, in deze nogal woelige ontwrichte periode. Ooit leg ik er een puzzel van, bedenk ik. En terwijl ik het schrijf, weet ik heel goed dat het nooit statisch zal worden, ‘zijn’ en ‘leven’ en ‘ik’, maar dat het altijd een dynamisch gebeuren zal zijn, waarbij puzzelstukjes geschud, weggehaald en toegevoegd worden.