Vijf dingen die ik geleerd heb door het samenwerken met ‘Ollanders

Voor mijn werk heb ik de laatste vijf jaar intensief samen gewerkt met ‘Ollanders. Vijf dingen heb ik daarvan geleerd. Minstens. Voor u op een rijtje gezet, bij deze.

1. Speel op de bal, niet op de man

Voor ik in deze baan terecht kwam, had ik een beperkte werkervaring in België. Misschien zat ik in de foute organisatie met de slechtste collega’s ever, maar het viel me daar op dat besluiten genomen werden in functie van contacten. Jij bent mijn vriend, dus ik geef jou gelijk op de vergadering. Zoiets. Of: jij hebt mijn idee niet gesteund op de vergadering, dus ik spreek een dag niet meer tegen je. Extreem vermoeiend. Vooral als twee leden uit je team een buitenechtelijke relatie hebben met ups en downs, en je na een tijdje gaat merken dat die ups en downs uit de buitenechtelijke sponde het beleid eigenlijk gaan bepalen. Aarghl.

De eerste keer dat ik in Nederland een vergadering bijwoonde, zat ik een beetje stil te observeren. Ik vond iedereen wat ongenadig hard tegen elkaar, en dacht vaak: hee, jij breekt die zijn idee af, maar jullie zijn toch vrienden? Hoe kan dit nou? Ook bijzonder was dat er een pauze kwam en een deelnemer aan de vergadering luidop zei: oef zeg, ik moest nodig poepen. Vijf jaar later, ik weet het nog steeds. Ik ben vast makkelijk te schockeren.

Alleszins had ik na een tijdje door dat er op de bal gespeeld werd, bij de ‘Ollanders. En niet op de man. En dat dat een verademing was.

2. Keep on talking

In Nederland heerst er een praatcultuur van jewelste. Er wordt gepraat, gepraat, gepraat. Ze doen dat graag, ze horen zichzelf graag bezig en ze luisteren ook naar anderen. Als je een middag met een team moet organiseren en je laat ze praten, is de dag garanti geslaagd. Ik ben nog steeds wat stil en terughoudend in Nederlandse contreien, en dat vinden ze dan weer uiterst charmant, net als mijn accent. Ja, hoor. Nederlanders vinden Belgen even charmant, als dat wij hen arrogant vinden. Dat gaat gelijk op. Als Belg heb je dus sowieso een beentje voor. Als je je mond een keer open doet, natuurlijk.

3. Handen schuddend door het leven gaan

In België vergaderen versus in Nederland vergaderen. In Nederland worden handen geschud en praatjes gemaakt, aan het begin. En het wordt als erg onbeleefd gevonden als je gewoon op je plekje gaat zitten en wacht tot de vergadering begint. Intussen deel ik dat gevoel bij een vergadering in België: mensen die binnen komen en niet begroet worden, handen die niet geschud worden en koffie die je zelf moet nemen. Dat kan toch niet? Dat komt zo onprofessioneel over! Ondanks mijn eerder verlegen aard, maak ik nu met plezier een rondje als ik ergens binnen kom, wacht ik deelnemers aan de deur op, informeer ik naar hun kinderen en hun hond en vraag hen of ze een bakkie willen. Uiteraard. Over dat bakkie: ik heb geen talent om namen te onthouden, maar ik onthou wel hoe mensen hun koffie drinken. Zwart, wolkje melk, suiker, combi. Dat maakt mij bijzonder sympathiek, vind je niet?

4. Mannen van formaat

Vele Nederlandse mannen hebben die mooie combi van een groot ego en een groot formaat. Dan bedoel ik dus wel degelijk de fysieke gestalte, over andere formaten heb ik niet bepaald onderzoek gedaan. Geef mij maar een ‘Ollander, jongens. O, nee, wacht, ik zit nog steeds te smachten naar de terugkeer van Dirk. Die, je raadt het nooit, een ‘Ollander is.

5. Weten waar je aan toe bent, is wel zo handig

Een Nederlander heeft de neiging direct te zijn. Of nee, een Nederlander is direct. Dat vond ik ooit erg eng. Na een tijdje ben ik dat gaan appreciëren. Je weet waar je aan toe bent en dat is wel handig zo. Je mag het alleen niet beginnen verwarren en die directheid overnemen over de landsgrenzen heen, want dan krijg je ruzie. Onderhuids, op geheel Belgische wijze. Misschien moet ik eens een post schrijven over vijf dingen die ik geleerd heb over Belgen door vaak met Nederlanders te werken :).

Nog een aantal elementen die de selectie niet gehaald hebben:
+ Iedereen is sympathiek in Nederland, tot het tegendeel bewezen is. In België is het vaak wat omgekeerd, of wordt er wat afwachtender gereageerd op nieuwelingen. Een Nederlander vliegt daar onmiddellijk op, wil een bakkie doen en een praatje maken. Uiteraard.
+ Het moment waarop een etentje in België gezellig wordt, eindigt het in Nederland. Na de laatste slok koffie staat iedereen op, wordt er snel en efficiënt afscheid genomen, terwijl er in België dan net verbroederd wordt bij een pousse-café. Op uitnodigingen staat overigens niet zelden ook een einduur, naast het beginuur.
+ Hoe open en praatvaardig ze ook zijn, je geraakt moeilijker in de inner circle bij een Nederlander. Bij Belgen wordt je sneller thuis uitgenodigd, bij Nederlanders is er die scheidslijn, die je pas na een jaar over mag. Het kan ook aan mij liggen, natuurlijk.

Ik heb de Nederlandse volksaard zelfs na al die jaren nog niet helemaal doorgrond. Maar eerlijk? Ik ben hardstikke gek op ze. 🙂