Naakt

Ik sta vaak naakt in de wereld. Meer naakt dan tot op het vel. Naakt alsof mijn hart onbeschermd aan de oppervlakte ligt. Alsof mijn vel er af gestroopt is. Alsof alles pijn kan doen, en zelfs het zachte heel hard kan aankomen.
Met mijn naaktheid wentel ik me in zacht flanel, of ik hul me in een cache-coeur, waarmee ik mijn hart inpak. Er zijn prikkels die ik vermijd, omdat ik ze niet kan verdragen. Omdat ze pijn doen, omdat ik geen verweer heb. Luide muziek, drukke (en dronken) mensen, fel licht. En nog duizend andere.

Ik zoek dingen op die mooi zijn. Niet te veel. En soms zoeken dingen die mooi zijn mij op.

Ik had enkele nachten op rij niet geslapen. Omdat Babybroer ziek was. Omdat Kleuterzoon ziek was. Omdat ik ziek was. Van vermoeidheid word ik altijd nog wat naakter. Tot op het bot, zeg maar.

Naakt tot op het bot, zag ik ‘Vie sauvage’. Een film over een vader die zijn kinderen in een vechtscheiding meeneemt, weg van de moeder, de natuur in. Zowel de natuurbeelden, als de ogen van de kinderen, als de pijn van de moeder, als de verbetenheid van de vader als geluiden, licht, alles, kwam loeihard binnen. Ik had niets voor handen om tussen mij en de film te plaatsen, ik kon me niet beschermen, afsluiten, dus werd ik overspoeld. Voelde ik me alsof ik in elk personage gezogen werd. Reageerde mijn lichaam uitermate geprikkeld, alsof het onder grote stress stond. Brandden de beelden zich op mijn netvlies.

Beeld uit de film 'Vie sauvage'

Beeld uit de film ‘Vie sauvage’

Naakt tot op het bot, had ik een rillend ziek mannetje op de vloer van de badkamer. Hij was vuil van over te geven, ik probeerde hem gerust te stellen, het hele zaakje op te ruimen en hem een schone pyama aan te doen. ‘Moeke, je bent toch niet te moe om voor mij te zorgen, hé?’, vroeg hij. Nee, zoon, ik ben nooit te moe om voor jou te zorgen.
Mijn hart, mijn hart.

Ik loop zielsnaakt door het S.M.A.K. en zie de tentoonstelling van Berlinde de Bruyckere. Plots sta ik voor ‘Hanne’. Ik denk aan schaamte, ik denk aan schuld, ik denk aan pijn, ik denk aan steun zoeken, ik denk aan kwetsbaarheid ten top, ik denk aan vrouwelijkheid, ik denk aan de wolfsvrouw, ik denk aan Maria Magdalena, ik denk aan Eva die verdreven wordt uit het Paradijs. Misschien denk ik niet, maar voel ik. Word ik. Word ik kwetsbaar, word ik schaamte, word ik schuld, word ik pijn, word ik wolfsvrouw, word ik Maria Magdalena, word ik Eva. Er is geen grens meer tussen mij en het kunstwerk, ik lijk er in op te gaan. Ik realiseer me dat ik geen woorden heb. Geen woorden om te vertellen wat dit met me doet, waarom er kippevel op mijn armen staat en op mijn rug, waarom mijn ogen nat worden en waarom ik sprakeloos ben. Ondanks die vakken over kunst in het middelbaar onderwijs en aan de universiteit, heb ik hier gewoon geen taal voor. Wat is dan een schokkend besef.
Naast me staat een olijke gids met een groep. Ze praat het kapot, wil ‘wat anekdotes’ vertellen over het werk. Ik probeer me af te sluiten voor haar getater, en ik kijk. Ik kijk. En ik word.

Hanne - BdB

Op de radio het Miserere van Allegri. Favoriet, van alle tijden. Zo veel herinneringen, aan herfstavonden en zomerdagen, met die verheven muziek. Het is zo mooi en zo dicht dat het pijn doet.

Babyzoon zit aan het ontbijt. Ik vraag hem of hij banaan wil, hij schudt nee. Ik vraag hem of hij een cracotte wil, hij schudt ja. Ik vraag hem waar ‘moeke’ is, hij wijst naar zichzelf. Ik moet met hem lachen, til hem op, houd hem dicht tegen me aan. Ik ruik zijn babyhaartjes en voel dat kleine energieke spartellijfje. Hij lacht een Babylachje, en legt dan zijn hoofdje tegen mijn schouder.

Guislainmuseum. Tentoonstelling over melancholie en depressie. Zeeberg, van Thierry De Cordier. Perplex.

Zeeberg TdC

Dirk gaat vertrekken. Hij praat tegen Babybroer die ik in mijn armen houd. Ik kijk naar zijn bruine ogen, die de mijne plots ontmoeten. Die ogen die eeuwen oud lijken. Ogen waarin ik rust en vertrouwen vond, altijd, waardoor ik mijn hart in zijn handen heb gelegd. Hoe kon ik me zo vergissen? Hoe kan je ogen als eeuwenoude bronnen hebben en toch doen wat je gedaan hebt? Wat ben je mooi, denk ik. En wat zou ik graag minder van je houden.

My Heart is in the Highlands. Arvo Pärt. Ik denk terug aan de magnifieke film ‘La Grande Belezza’. En dan houdt het denken op, en luister ik alleen nog maar. En alles vult zich met de muziek.

Vaak word ik misselijk, van dat alles wat ongenadig hard binnen komt. Het mooie en het lelijke. Of helemaal opgedraaid. Gestresseerd. Een hart dat raast. Soms brengt het me helemaal in het moment, het hier & nu, en ik ben ik blij dat ik over een sensitiviteit beschik die ervoor zorgt dat ik voor een spectaculaire zintuiglijke ervaring geen drugs nodig heb of een vliegtuigticket naar een voor mij onbekende streek waar alles anders is en ruikt, maar enkel maar naar de radio moet luisteren.
Dan denk ik aan Inkelspielchen (http://inkelspielchen.wordpress.com/). Indeed, it’s both a blessing and a curse to feel everything so deeply.