Prinses is verslaafd

Get it done

Ik ben voortdurend op zoek naar manieren om mijn leven georganiseerd te krijgen. Het systeem ‘Getting things done’ heb ik me eigen gemaakt, wat betekent dat ik het boek heb gelezen en het zo heb geïmplementeerd in mijn leven dat het voor mij werkt. Ik denk dat David Allen, de bedenker, misschien eens raar zou kijken als hij mij bezig zou zien. Daarmee bedoel ik dat ik het op ‘mijn manier’ doe, maar wel gestoeld op zijn principes. En hoera, het werkt!
(Wie daar meer over wil lezen: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/06/22/structopathie-voor-gevorderden/ )

Aangevuld met het systeem van de Flylady voor het huishouden, krijg ik alles daarmee min of meer georganiseerd. Op de voorwaarde dat het niet heel slecht met me gaat mentaal, want dan verlies ik altijd wat grip. En de laatste tijd is best heftig geweest, dus heb ik soms het gevoel te zwemmen, heel de tijd kopje onder te gaan, maar ook telkens terug boven water te komen.

(Wie meer wil lezen over Flylady: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/06/13/controle-freakt/ )

Finetunen

Hoewel het dus werkt, ben ik ook nog bezig met het finetunen van de systemen. Eén van de dingen waar ik tegen aan liep, was het feit dat er heel de dag e-mails binnen lopen die aandacht vragen, waardoor ik de grotere en belangrijke projecten steeds maar onderbreek, of ze zelfs niet start op een dag. Soms realiseer ik me dat ik na een werkdag de godganse dag ad hoc-dingetjes heb gedaan. Een telefoontje. E-mail beantwoorden. Wat dingen plannen. E-mail beantwoorden. Een voorstel per e-mail versturen. Drie binnenkomende e-mails beantwoorden. Enzovoort.

In het mooie blogboek van Lilith vond ik het idee om ’s ochtends en ’s avonds e-mails te beantwoorden. Dat leek me best snugger, dus nam ik het idee mee.

Blokkendag

Ik verwerkte het idee van Lilith in een soort schematische dagindeling. Dit werkt natuurlijk vooral voor (kennis)werkers die hun dagen zelf kunnen invullen, en natuurlijk op ideale dagen waarop je niet moet vergaderen of nergens advies- of coachingsgesprekken moet houden.

De schematische dagindeling bestaat uit zes blokken:

BLOK 1 – max 1u – e-mails beantwoorden, telefoontjes doen en alles doen wat in minder dan twee minuten kan

BLOK 2 – 2,5-3u – werken aan een groot project

BLOK 3 – 2,5-3u – werken aan een (ander) groot project

BLOK 4 – max 1u – e-mails beantwoorden, telefoontjes doen en alles doen wat in minder dan twee minuten kan

BLOK 5 – 1u – huishouduurtje, met twintig minuten opruimen, twintig minuten strijken en twintig minuten fundamenteler opruimen (bijvoorbeeld een kast uitkuisen)

BLOK 6 – 30 min – persoonlijke e-mails beantwoorden

Verslaafd

Het werkt! Maar enkel als ik er in slaag om mijn e-mailprogramma te sluiten na BLOK 1, en pas weer te openen een zestal uren later, bij BLOK 4. En daar knelt het schoentje. Ik merk dat ik er hypernerveus van word. In plaats van te genieten van ongestoord werken, moet ik heel de tijd vechten tegen de prikkel mijn e-mails te openen, snel facebook te checken, te kijken of er nog iets in de wereld is gebeurd.
Dus kijk ik heel stiekem af en toe toch eens naar binnenkomende e-mails.

Maar ondanks de afkickverschijnselen, merk ik dat ik wel succesvol het zwaartepunt van mijn bezigheden heb verlegd. Van vaak het meeste tijd besteden aan minder belangrijke dingen, naar nu de meeste uren van de werkdag besteden aan grote projecten. En dan ’s avonds meer tevreden de dag afsluiten. Met minder stress.

Nu alleen nog dat stiekeme gedrag afleren, en we zitten weer een stapje verder in persoonlijke efficiëntie. Hoera!

Cultuur met kinderen

Mijn jongens zijn nu nog betrekkelijk klein. 4 en 1. Kleuter en baby.

Kleine dagen

Wat doen wij zoal? Eigenlijk vrij weinig, realiseer ik me. Soms een keer naar de speeltuin of kinderboerderij. Bijna dagelijks naar het bos, en dan mag Kleuterzoon in de plassen springen. Thuis spelen. Lange badsessies. Een zaterdag is overigens zo gevuld met bad in de voormiddag en in de namiddag met de bakfiets naar de winkel en een krant halen, ook al duurt een zaterdag van 5u11 tot 19u03 met de mannekes. Alles op kindertempo dus. Met de oudste en toen nog enige zoon ging ik vaak op zaterdagvoormiddag de krant lezen in mijn favoriete koffiebar, terwijl hij op de grond met autootjes speelde. Intussen is daar ook niets meer aan, met een kind dat heel de tijd om snoepjes zeurt aangezien hij weet dat daar M&M’s te krijgen zijn, en een ander kind dat steevast richting keldergat wankelt.

Figurentheater en opgeklapte armleuningen

Heel af en toe ga ik met Kleuterzoon een beetje cultuur opsnuiven. Dan gaan we bijvoorbeeld naar een geniale voorstelling van De Maan in Mechelen: http://www.demaan.be/

De Maan heeft prachtige figurentheatervoorstellingen voor allerlei leeftijden, en soms dus ook voor de allerjongsten. Kleuterzoon vindt het meestal erg spannend, ik geniet over het algemeen met volle teugen. Het is alleen wat een organisatie omdat Babyzoon niet mee kan, en omdat we dan met de trein naar Mechelen moeten. Maar een aanrader, echt! Het loont trouwens de moeite om alleen al eens hun seizoensbrochure aan te vragen, want die is verrukkelijk mooi vorm gegeven.

Soms gaan Kleuterzoon en ik naar de film bij cinema Zed, die een erg mooi programma  hebben voor kinderen, van allerlei leeftijden. Ik zeg soms, zijnde een tweetal keer per jaar, ook weer omwille van allerlei praktische redenen (babysit nodig etc). Maar we genieten ervan, samen. Van het uitkijken naar, de dagen aftellen tot, tot er naar toe gaan en dan wachten in de zaal tot het donker wordt, de armleuning opklappen, dicht bij elkaar gaan zitten en met open mond naar de vaak erg bijzondere animatiefilms kijken. Geen grote Disney-kaskrakers voor ons! Wij gaan voor pareltjes zoals laatst Haas & Hert. Dingen waar je als volwassene allerlei dingen in ziet die een kind dan waarschijnlijk niet begrijpt, maar Kleuterzoon ziet en voelt vast ook dingen waar ik geen weet van heb.

Retrospectief

Over je eigen opvoeding kan je veel schrijven. Wij waren een vrij klassiek gezin, met een moeder die vrij lang thuis is gebleven om ons op te voeden en een vader die hard voor ons werkte. Wat ik me niet herinner, is dat ik ooit met mijn ouders iets cultureels heb gedaan. Ik herinner me niet dat ik ooit naast mijn moeder in de cinema heb gezeten, of met één van hen naar een theatervoorstelling ging, of naar een museum. Misschien ben ik het vergeten, maar het was alleszins geen vaste prik bij ons. Ik herinner me trouwens ook niet echt dat ze vaak een boekje voorlazen voor ons, of dat er überhaupt veel gelezen werd in huis.

O, nu ik dit schrijf, herinner ik me plots wel een aantal klassieke concerten, waar we stil moesten zijn en de minuten aftelden tot het gedaan was. Ondankbare kinderen die we waren.

Goede voornemens

Het is mij duidelijk dat ik – ondanks de beperkingen in tijd en budget en mobiliteit – mijn mannekes graag wat cultuur wil meegeven. Af en toe een voorstelling, graag een keer een film. Heel stiekem hoop ik ooit in staat te zijn met hen door Rome te struinen. Maar tot die tijd zijn een aantal musea hier in de buurt ook fijn. En een keer uit eten. Niet heel sjiek, maar wel fijn genoeg. En steden waar we gewoon met de trein naar toe kunnen. Brussel, Brugge, Gent. Moois opsnuiven.

Ik weet dat het nog een paar jaren zal duren voor ze een aantal dingen kunnen appreciëren. Voorlopig hou ik het dus maar bij dingen met dino’s, zoals het natuurhistorisch museum. Of misschien zullen ze cultuur zelfs als pubers niet appreciëren, maar retrospectief dan weer wel. Of wie weet schrijven ze binnen 25 jaar op hun blog dat hun moeder nooit wat met ze deed, dat kan ook.

Wat willen jullie jullie kinderen meegeven, dat je zelf wel/niet thuis hebt meegekregen?

En hebben jullie nog tips voor leuke, toegankelijke en budgetvriendelijke cultuuruitjes met jonge kinderen?

P.s. aan Lilith van http://www.talesfromthecrib.be/ : nog maar net het blogboek gelezen, en nu al een titel die de lading dekt, tussentiteltjes en woorden in bold. Ik leer snel, he? 😉

Bootcamp

Eind deze maand is het een half jaar geleden dat Dirk weg ging, na reeds woelige relationele maanden, en veel problemen van allerlei aard. Ik bleef achter met een Kleuterzoon, een Babyzoon, een berg verdriet en een put schulden.

Wat is er na een half jaar van me geworden?
Vijf dingen om te vertellen.

1. Heel lang heb ik gedacht dat verdriet en pijn je verzwakt. Dat je tijd nodig hebt om te recupereren na een groot verdriet. Dat je een tijd lang überkwetsbaar blijft, alsof je elk moment omver geblazen kan worden. Ik moet toegeven dat dat ook een periode lang zo geweest is. Zeer zeker. Maar als ik nu naar mezelf kijk, zie ik dat ik een soort bootcamp heb gehad voor mijn (veer)kracht. Het is dus niet alleen zo dat je krachten uitgeput geraken van op de proef gesteld worden, maar blijkbaar werkt (veer)kracht ook als een spier die je kan trainen, en ben ik door het telkens opnieuw moeten aanboren van mijn kracht, in bijzonder goede conditie aan het komen. Dat merk ik bijvoorbeeld doordat ik veel sneller recupereer als er weer een klap komt.

2. In crisis en rouw zijn heeft fases, en daar moet je door. Je kan geen fase overslaan, hoe handig dat ook zou zijn. Ik vond de moeilijkste fase de fase waarin ik kwaad was. Ik ben zo woest geweest, en dat ging vaak gepaard met een existentiële wanhoop. En dat was verschrikkelijk verpletterend en uitputtend.

3. De kans dat een crisis een soort complexe meervoudige crisis wordt, is zeer waarschijnlijk. Dat las ik in boeken, dat maakte ik zelf mee. In mijn concreet geval was er niet enkel het einde van de relatie, ook de moeilijkheden om te wennen aan het alleen zorgen voor twee heerlijke kereltjes, financiële moeilijkheden, allerlei aanvaringen met Dirk, het verbreken van het contact met mijn ouders en daarmee ook met de rest van mijn familie (hopelijk is dat tijdelijk), onzekerheid op mijn werk, … Soms lijkt het alsof er geen einde aan komt. Op een dag beslis je dat het klaar is, en dan merk je dat je toch minder invloed hebt dan je dacht. Mentaal de knop omzetten kan helaas niet zorgen dat de dingen weer in orde komen, of dat er niets meer bij komt. Het verandert wel hoe je met de dingen die op je afkomen omgaat. En dat is heel belangrijk.

4. In crisis zijn kost tijd. Waarschijnlijk kost alleenstaande moeder zijn ook bakken met tijd. Je komt nergens meer aan toe, zeker niet aan je benen epileren, je nagels lakken, een kop koffie drinken op het gemak, de krant lezen of je mails beantwoorden. Persoonlijk voel ik me nogal slecht bij het niet in staat zijn om de mails die ik kreeg van lezers te beantwoorden. Vaak werd er concrete hulp geboden of werden er voorstellen gedaan, maar kreeg ik het gewoon niet voor elkaar daar op in te gaan. Omdat ik daar over moest nadenken en daar tijd voor moest nemen, en ook omdat de hele crisis mijn besluitvaardigheid drastisch heeft ingeperkt.

5. Ik merk dat ik een ander mens ben geworden dan een half jaar geleden. Alsof ik door het vuur ben gelopen. En er zuiverder, puurder uit kom. Meer bij mezelf. Dichter bij mijn kinderen. Ik ben ook echt een andere mama geworden. Vroeger was er een leuke papa die het spelen op zich nam, terwijl ik me rot rende om het huishouden naar behoren te doen. Nu ben ik een mama die speelt, knuffelt, intens geniet van de mannekes, praat met hen, dingen vertelt, durft zingen (durfde ik nooit met Dirk in huis, maar dat Babyzoon soms huilt als ik begin te zingen is vast veelzeggend), en gewoon werkelijk alles heel intens meemaakt. Maar ook dat heeft zijn tijd gevraagd, want toen Dirk net weg was, leek ik alles mee te maken van achter een gordijn van verdriet. Dat gordijn is nu wat opzij geschoven, en daardoor kan ik er helemaal zijn.
Een ander mens dus. Is dat beter? Ik weet het niet. Ik denk dat ik meer empathie heb ontwikkeld, meer kracht, een genuanceerdere kijk op allerlei dingen. Ik ben milder.
Is het het waard geweest? Vraag me dat over een half jaar nog eens.
Er is dus een soort van persoonlijke groei geweest. Maar even vaak heb ik staan stampvoeten, omdat ik me gefrustreerd voelde. Zo in beslag genomen door praktische zorgen of verdriet, dat ik het gevoel had me niet verder te kunnen ontplooien en ontwikkelen, bijvoorbeeld professioneel.

Zo. Vijf dingen.
Tot slot. Dat Dirk een half jaar geleden weg is gegaan, betekent dat ik nu en half jaar schrijf op deze blog. Dank lezers. Voor lezen, voor reageren, voor begrijpen, voor aanvullen, voor meedenken. Jullie kunnen waarschijnlijk niet geloven hoeveel deugd dat doet.

Luxe!

Bij De Standaard van dit weekend zat een extra groot DS Magazine, over Luxe. Eerst met grote ogen, daarna enigszins verveeld en soms ook geërgerd, bladerde ik het door. Ik zag hotelkamers van 2500 euro per nacht, kleding waar ik niet eens in gezien zou willen worden, las het verhaal van mensen die geleend hadden om een jurk te kopen of gespaard voor een horloge. Beiden (jurk en horloge) had ik trouwens niet aangenomen als iemand ze me had willen geven, wegens ‘bwaa’. Maar ik heb vast geen smaak. Ik las een verslagje over een zevengangenmenu, met aangepaste wijnen, en bedacht dat ik waarschijnlijk doodziek van tafel zou zijn gekomen, aangezien ik eenvoudige, vegetarische kost gewend ben, met zo weinig mogelijk dierlijke producten/zuivel, en alcohol voor mij meer een uitzondering dan een regel is.

Aanvankelijk was ik van plan om ‘mijn idee van luxe’ te delen. Ik had vijf dingen opgeschreven, die zo hard lijken op de dingen waar ik over schrijf als ik het over zegeningen heb, of over niet te vermijden gelukservaringen, dat ik het zelf wat déjà vu vond. (Voor diegenen die het nog niet gezien hebben: https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/10/09/mijn-liefste-uur/ en https://prinsesopdekikkererwt.wordpress.com/2014/09/11/zegeningen-tellen/ )

Wat ik ook wou vertellen, maar wat veel moeilijker op te schrijven is, is mijn gevoel van ‘vervreemding’. Eigenlijk heb ik me altijd al ‘anders’ gevoeld. Niet dat ik er heel raar uit zie, of een soort freak ben (dat denk ik toch niet). Maar altijd al waren er dingen die mensen deden, en die blijkbaar ‘leuk’ waren, waar ik me niet in kon vinden. En waarvan ik ook echt niet kon begrijpen dat mensen ze leuk vonden.
In de lagere school: bosklassen. Het idee om een hele week met mijn klasgenoten en leerkrachten dag en nacht samen te zijn, zonder één moment voor mezelf – behalve dan op toilet. Een verschrikking.
In de middelbare school en later op ’t unief: fuiven, op café gaan en dronken worden. Ik had een erg saai imago, want ik piepte er altijd tussenuit als één van die dingen gedaan ging worden. Een fuif is een regelrechte verschrikking voor me: het lawaai, het licht, de geuren, de mensen, de beweging, het beukt er allemaal zo in bij mij dat ik overstuur geraak en soms zelfs moet braken van de prikkels. Zo kan je natuurlijk ook wel weer cool lijken, als het geïnterpreteerd wordt als een zeer snelle dronkenschap met bijhorende ellende. Maar nee, jammer genoeg niet cool. Prikkels dus. Over een kermis wandelen ’s avonds kan me trouwens hetzelfde gevoel geven. Een soort kopstoot, door al die mensen, geuren, kleuren, beweging. Ik word er instant ellendig van, met trillende benen en een maag die omdraait.
Op café gaan is ook een moeilijke: de concentratie die het vergt van me om een gesprek te volgen als er om me heen overal geluiden zijn, bewegingen, geuren… Nee, dat red ik niet. Een koffiebar kan ik dan weer wel aan. Daar vind ik de prikkels trouwens meestal wel lekker: de geur van koffie, een bepaald soort mensen, kranten die er liggen, in het beste geval ook boeken. Fijn.
Maar even terug naar de verschrikkingen. Als student vond ik het ook onbegrijpelijk dat zoveel mensen lid werden van een studentenkring, en dan elke avond met dezelfde mensen doorbrachten op activiteiten die ik ofwel te druk vond, ofwel een beetje kinderachtig, ofwel gewoon geen echte meerwaarde. Ik werd lid, maar liet me niet dopen en ging niet naar de activiteiten, tenzij het echt niet anders kon. Ik ben er zeker van dat velen me asociaal hebben gevonden, maar ik heb via via ook gehoord dat het iets mysterieus had voor sommigen waardoor mijn aantrekkingskracht erdoor versterkt werd. Ook goed.

En bij die luxe uit DS Magazine bekruipt me hetzelfde gevoel, maar dan gelukkig zonder de prikkels. Ben ik nu gek omdat ik hier niets van snap? Heb ik geen smaak? Of zijn mensen die lenen om een jurk te kopen ‘gek’ (in de brede betekenis van het woord, zeg maar in de zin van ‘afwijkend’)?

Grmbl

In een vorige relatie waren er soms momenten dat ik mijn toenmalige partner KOTS-beu was. Dan stapte ik de deur uit, ging een aantal uren door de stad dwalen (meestal ’s nachts), kwam ik terug thuis en sliep op de zetel. De volgende dag kon er gepraat worden, of was het over. Zo ging dat.

Intussen ben ik al een half jaar met mezelf, zoals jullie weten. En verdorie, ik wou dat ik de deur achter me kon toe trekken en een paar uur kon gaan dwalen, om even van mezelf af te zijn. Soms heb ik het zo verschrikkelijk gehad met mezelf, mijn problemen, de druk die ik voel, de wanhoop, de zorgen, dat irritante obsessieve gedoe in het huishouden, die krampachtige pogingen alles onder controle te houden en dat jammerlijke falen van die pogingen. Al die dingen die ik moet doen van mezelf en zo weinig dat ik echt gedaan krijg, zelfs al ga ik er heel hard voor. Dat eeuwige sorry-gevoel tegenover iedereen en alles.

Vanavond is bij uitstek zo’n avond die alleen goed zou geweest zijn om de deur met een klap achter me dicht te slaan en mezelf thuis achter te laten. Ik heb een hoogst irritant gesprek met Dirk gevoerd dat nergens toe leidde, ik heb lijstjes gemaakt van dingen die ik uit frustratie toch niet meer gedaan kreeg, ik heb mijn bankrekening gecheckt waar mijn humeur nog een graadje meer van onder nul zakte, ik ben moe en ik heb het gehad met mezelf. En als je veel alleen bij jezelf bent, begint dat soms door te wegen. Weinig afleiding, je leert jezelf dus wel kennen met alle goede en minder goede kanten. Grmbl.

Soms lijkt een fles rode wijn niet eens zo’n gek idee. Alleen ben ik daar dan weer te irritant principieel en verantwoordelijk voor (niet alleen drinken, weet-je-wel), dus blijft de enige optie in bed te gaan liggen balen en hopen dat het snel morgen is.

Morgen beter. Fingers crossed.

(Ter mijner verdediging kan ik inbrengen dat Babyzoon om 5u wakker was, ik op dat moment verre van uitgeslapen, en hij voor de middag al zes keer diarree had gehad. Kleuterzoon had te veel energie en stuiterde door het huis, wat me ook enigszins deed afwijken van de betere versie van mezelf.)

Prinsessenjurken

Misschien heeft elke vrouw dat. Een tas. Met kleding. Uit vroegere tijden. Toen je nog wat minder woog, je figuur wat anders was (niet alle jurken in de tas zijn te klein, maar sommige flatteren me niet echt doordat ik op bepaalde plaatsen wat ‘gevulder’ ben geworden). In mijn geval: toen ik geld uit gaf aan mooi spul. Geen sjieke-merken-spul, maar wel ‘mooi spul’.

Ik zag de tas staan. En vond het zonde dat de geliefde jurken het daglicht niet meer zien.
En toen dacht ik dat ik ze misschien kan verkopen. Om de gzinskas te spijzen, en de jurken een nieuwe kans te geven op een blije eigenaar!

Een waarschuwing vooraf: ik ben niet zo commercieel ingesteld en kan niet zo goed verkoopspraatjes houden en al evenmin goed fotograferen.

Van de ongeveer 15 stuks (auw), zet ik er een zestal ‘in de markt’. Wil je er één kopen? Even mailen naar Prinsesopdekikkererwt@outlook.be, met de naam van de jurk in de onderwerpregel. We spreken verder af, en ik verstuur ze naar je!

1. Noa Noa jurk
– Maat L
– Kleur: grijsblauw/paars
– Mooie jurk, strik achteraan om hem te tailleren, mooi afgewerkt met onderrok, ‘geborduurd’ effect in de stof, de jurk heeft pofmouwtjes. Het is een winterjurk, ik droeg er een zwart truitje onder.
– Vraagprijs: 45 euro + 5 euro verzending

IMG_1795

IMG_1796

Noa noa jurk L

2. Lief Kling-jurkje
– maat 3
– Kleur: grijs met wit kraagje en witte mouwtjes
– wollen jurkje, lief kraagje, komt tot boven de knie
– Vraagprijs: 30 euro + 5 euro verzending

Kling 3

IMG_2026

IMG_2024

IMG_2022

3. Rimini doorzichtig overjurkje
– maat 2
– Kleur: grijs met witte bollekes
– Leuk jurkje van Rimini. Doorzichtig, dus te combineren met een broek en truitje. Te tailleren door strikje op de rug. Komt tot boven de knie. Kan ook nog tijdens eerste helft zwangerschap ;).
– Vraagprijs: 25 euro + 5 euro verzendkosten.

Rimini 2

4. Bohemia-jurk
– Maat M
– Blauwgrijs
– Een jurk voor stoere prinsessen. Te strikken (cache-coeur-effect). Bolt op onderaan, leuk kraagje. Korte mouwen. Zo te dragen, of met een zwart truitje met lange mouwen er onder.
– Vraagprijs: 50 euro + 5 euro verzendkosten

Bohemia M

5. Rimini-jurk
– Maat 2
– Kleur: paars
– Jurk van Rimini, te dragen over iets anders, het is als een jas, met twee strikjes die je maakt op je buik. Veel stof, valt mooi.
– Vraagprijs: 50 euro + 5 euro verzendkosten

Rimini mt2

6. Feestrok van Cora Kemperman
– Maat M
– Kleur zwart
– Glanzende stof. Lange rok, met onderaan rushes. Erg feestelijk.
– Vraagprijs: 50 euro + 5 euro verzendkosten

IMG_2033

IMG_1791

IMG_1789

Mijn liefste uur

Enkele jaren geleden zag ik de film ‘Fateless’. Het is de verfilming van een boek van Imre Kertész, van wie ik het werk ben beginnen lezen, naar aanleiding van de film. De film is trouwens een aanrader, op een pijnlijke manier mooi, mede door de muziek van Ennio Morricone.
Bij deze een ‘voorsmaakje’:

Het boek heet ‘Onbepaald door het lot’, en vertelt het (semi-autobiografische) relaas van een jonge Hongaarse jongen die de concentratiekampen overleeft.

Een stukje dat ik graag wil delen:
Voor mijn voeten lag de straat, die zich eindeloos leek te verlengen tot zij ergens in de verte in het niet verdween. De schapewolkjes boven de blauwige heuvels zagen al paars en de hemel stond in brand. Ook in mijn onmiddellijk omgeving leek iets veranderd te zijn: er was minder verkeer op straat, de mensen liepen langzamer, hun stemmen klonken zachter, hun blikken waren milder en ze keken elkaar af en toe vriendelijk aan. Het bijzondere uur was aangebroken, het ‘tussenuur’, dat ik zelfs midden op straat in Boedapest herkende, mijn liefste uur in het kamp, en op dat ogenblik werd ik door een heftig, pijnlijk en zinloos verlangen overvallen, door heimwee. […] Wij mensen zijn in staat om alles te overleven, ook de meest ongerijmde situaties, en in de verte, wist ik, wachtte het geluk al op me, als een onvermijdelijke val. Zelfs daarginds, bij de schoorstenen van Auschwitz, was er, als de kwellingen aflieten, iets geweest wat je met geluk zou kunnen vergelijken. Iedereen had het over ontberingen en ‘gruwelen’, maar die kleine gelukservaringen waren het belangrijkste geweest.’
(I. Kertész, Onbepaald door het lot, Van Gennep Amsterdam, 2005)

Kleine gelukservaringen. Geluk als een val, niet te vermijden.

De laatste dagen stond alles hier weer eens op zijn kop. Maar ik liep in de val van kleine gelukservaringen. Kleuterzoon die me even meeneemt in zijn klas, zijn vinger op zijn lippen legt. Blaadjes op de grond en takken in de lucht. ‘Het is hier net een bos!’, zeg ik. ‘Het IS hier ook een bos, MOOI hé?’, antwoordt hij. En Babybroer maar grinniken. Of het ultieme geluk van twee kinderen die op dezelfde dag klokje rond slapen, waardoor ik om 7u verbaasd en zowaar uitgerust aan de dag kan beginnen met hen (echt serieus, hoeveel kans is er dat dàt gebeurt!?). Of Babyzoon die dingen begint aan te wijzen die hij mooi, leuk, bijzonder of grappig vindt. Babyzoon bij me in bed nemen omdat zijn handjes en hoofdje zo koud aanvoelen, en dan zo lief intiem met dat lijfje tegen me aan slapen. De nieuwe baan die me aangeboden is, en waar ik stiekem verdomd veel zin in heb. Of voelen dat ook crisis went en ik me uit mijn lood laat slaan, maar ook heel snel weer in mijn plooi val. Het herfstig genot van flanellen lakens. Pompoenen van het voedselteam op de vensterbank. Getraind zijn om om 19u30 twee kinderen in bed te hebben en het huis aan de kant, en ze ’s ochtends op tijd aangekleed, gevoed en in opvang/school. Een pan goed gelukte komkommer-curry-soep in de koelkast. Kleuterzoon die al twee keer supergoed gegeten heeft, dankzij de tips van de lezers op het blog (hem laten helpen met koken, hem laten kiezen wat hij eet binnen bepaalde regels, …). De thuiswerkdag beginnen met een dampend kopje koffie en een mokka-chocolaatje erbij. En dan die dagelijkse fietstochtjes door het bos, waar paddestoelen groeien, de geuren elke dag anders zijn en kleuren exploderen.

En het gekke is dat ik binnen twee maanden niet meer weet hoeveel er vandaag op mijn rekening stond en welke rekeningen er te betalen waren, of wat de toestand met Dirk ook alweer was. Maar wel die kleine gelukservaringen, die herinner ik me wel. Niet in detail, maar als een soort sfeer van een periode die achter je ligt en waar je soms eens naar terug verlangt.

Welke kleine gelukservaringen lagen voor jullie op de loer?

A game to play

Kansarmoede wordt door K&G gedefinieerd als:
Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende deel te hebben aan maatschappelijk hooggewaarde goederen, zoals onderwijs, arbeid, huisvesting. Het gaat hierbij niet om een eenmalig feit, maar om een duurzame toestand die zich voordoet op verschillende terreinen, zowel materiële als immateriële.

Om te illustreren dat ook mensen als u en ik risico lopen in die toestand verzeild te geraken, presenteer ik u graag het kansarmoede-spel.

Het is een spelbord met vakjes (zelf even tekenen, creatief ben ik niet bepaald). De opdrachten vind je hier onder.

Je staat aan de start, met een pionnetje. Heb je je kleur gekozen? Je start met twee universitaire diploma’s en je woont in een huurhuis. Je hebt twee kinderen, maar je partner is weg gegaan en neemt zijn verantwoordelijkheid niet. Het eindpunt van het spel is ‘kansarmoede’. Je bent gewonnen als je eerst in kansarmoede verzeild geraakt. Klaar? Go!

Opdracht 1: je bent uitgenodigd op een etentje, maar je kan geen cadeautje kopen om mee te nemen en je kijkt er tegenop met de fiets ’s avonds door het donker naar dat etentje te gaan. Bovendien moet je babysit nemen, wat zeker in combinatie met het etentje, onbetaalbaar is. Je verzint een smoes (één van je kinderen is ziek) en zegt af. Een sprongetje vooruit, want hoe meer isolatie, hoe dichter je bij kansarmoede komt. Goede start!

Opdracht 2: je loon is gestort. Hoera! Ga twee plaatsen terug.

Opdracht 3: rekeningen betalen. Je hebt 2000 euro verdiend, en geeft vervolgens 790 euro aan huur uit, 140 euro aan elektriciteit en gas, 30 euro aan water, 150 euro aan kinderopvang, 100 euro aan kosten voor de kinderen, 80 euro aan melk voor de Baby voor een maand, 50 euro aan verzekeringen, 25 euro aan pensioensparen, 250 euro aan de afbetaling van de schulden van je ex, 160 euro aan kosten zoals openbaar vervoer voor je werk, 30 euro internet, 50 euro gsm. Je hebt nog 145 om de boodschappen te doen deze maand! Ga vijf plaatsen vooruit!

Opdracht 4: je bent binnen je budget gebleven in de supermarkt. Sla een beurt over.

Opdracht 5: je moet gaan werken maar je kind is ziek. Je durft niet meer te zeggen dat je daardoor niet kan komen dus na wanhopig zoeken naar oplossingen en overwegen je kind ziek naar de opvang te laten gaan, meld je jezelf ziek. Voor de tweede keer deze maand. Eén plek vooruit.

Opdracht 6: het contact me je vrienden verwatert. Je hebt nooit het geld om mee te doen aan sociale activiteiten en zelden om mensen uit te nodigen. Ergens is het een opluchting, want de leefwereld van je vrienden staat intussen zo ver van je af dat je niet meer weet wat te vertellen, en je merkt dat je interesse in hun vakantiefoto’s ook niet bepaald toeneemt, dat je geen cadeautjes voor de nieuwe babies kan kopen en dat het soms verdomd pijnlijk is overal geslaagde mensen te zien. Twee plaatsen vooruit!

Opdracht 7: het contact met je familie is stroef. Je merkt dat ze geen inzicht hebben in je situatie en denken dat het je eigen schuld is. Je vraagt je af of het allemaal je eigen schuld is. Drie stappen vooruit!

Opdracht 8: je vraagt hulp bij CAW. De man met wie je praat, stelt voor je voorschotfactuur voor elektriciteit en gas te verminderen tot het minimumbedrag, zodat je per maand wat meer over houdt. Je mond valt open van verbazing. Eén plek vooruit.

Opdracht 9: je wordt bij de bedrijfsarts geroepen omdat je te vaak ziek bent. Twee plaatsen vooruit!

Opdracht 10: je wordt uitgenodigd voor een etentje door een zakelijk contact. Het is een fijne avond, hij trakteert, hij weet niets van je problemen, en héél even voel je je een normaal mens. Een glas prosecco helpt daar aanzienlijk bij. Twee stappen achteruit.

Opdracht 11: je hoofd draait cirkeltjes en je kan je niet meer concentreren op het werk. Al lang niet meer. Je blust brandjes, bent je georganiseerde manier van werken kwijt. Twee plaatsen vooruit!

Opdracht 12: shit, kasten leeg. Boodschappen doen. Rekening ook leeg. Dan maar met de visakaart betalen, dat lossen we volgende maand wel op. Drie stappen vooruit.

Opdracht 13: er wordt je een nieuwe baan aangeboden waarvoor je moet kunnen rijden. Je kan geen autorijlessen meer betalen. Blijf ter plaatse trappelen!

Opdracht 14: je hebt net uren gehuild en bent volledig van streek. De bel gaat en je ex staat voor de deur. Je valt hem in de armen, al weet je dat daar weinig goeds van komt. Maar je bent zo ellendig en kan even niet meer nadenken. Drie stappen vooruit.

Opdracht 15: je krijg twee tassen met tweedehands kleedjes voor de kinderen. Mooi! Een plaats achteruit.

Opdracht 16: kindergeld is gestort. Oef, naar de supermarkt. Je bent zo opgelucht na enkele dagen de voorraadkast leegschrapen, dat je per ongeluk chocolaatjes koopt. En een speelgoedje voor de kinderen omdat je je vaak schuldig voelt. Niet slim van je, maar toch een plaats achteruit.

Opdracht 17: je fiets gaat stuk. Verdorie, het is je enige vervoersmiddel. Je stelt de herstelling even uit tot je nieuwe loon betaald is. Een plaats vooruit.

Proficiat! Je hebt verbazend snel de finish gehaald!

Denk je dat het jou niet kan overkomen? Ik hoop het voor je. Dat meen ik.
Deze las ik deze week: http://inkelspielchen.wordpress.com/2014/10/06/het-water-aan-de-lippen/ Ik weet exact waar de dame het over heeft.

Denk je dat je niemand kent in deze situatie?
Ik zal je wat vertellen. Sommige volgers van dit blog ken ik uit het echte leven. Ze weten niet dat ze mij kennen uit het echte leven, vermoed ik. Ja, misschien ben jij het wel. Misschien heb ik wel naast je gezeten tijdens een college op vrijdagochtend in eerste kan, of heb ik vorige maand wel een etentje met je afgezegd omdat mijn kind ziek was.

Overdrijf ik als ik het over kansarmoede heb? Ik heb twee universitaire diploma’s, we wonen in een huurhuis, mijn zonen dragen leuke tweedehandskleedjes. … We hebben niets te veel. Hebben we iets te kort? Ja, we hebben dingen te kort. Eigenlijk wel ja. Heel hard trekken, en ik knoop de touwtjes aan elkaar. Maar dan wel heel hard trekken, en bang zijn dat de touwtjes knappen. En stress, elke dag stress.

Ken je alleenstaande ouders? Ze hebben het vast niet zo moeilijk, want ze hebben unief gedaan en werken voltijds. Toch? Ga er maar niet van uit. Misschien moet je eens met hen gaan praten. Vragen waarom ze niet meer naar etentjes komen.

Terug naar af

En net als je achterover leunt en denkt dat het allemaal wat rustiger wordt, ontploft de boel weer eens.

Ik weet niet eens waar beginnen met vertellen.

Manipulatie, daar. Een patroon. Mijn ziel bijna verpletterd door honderden keren buien te verdragen, verwijten te horen, dagenlang genegeerd te worden, in de relatie. Elke keer duizend pogingen om ‘het goed te maken’. Wat goed maken? Iets dat ik niet fout had gedaan. Maar voor de lieve vrede en om niet alleen gelaten te worden, de schuld nemen. Jezelf verloochenen. Blij zijn dat het weer in orde is, alleszins weer normaal. Voelen dat er weer iets gestorven is, een stukje ziel, vanbinnen. Maar de pijn niet aankunnen en dus buigen. De pijn van de vernedering, van het niet-begrijpen, van het niet meer verdragen, van het genegeerd worden, van het dagenlang geen nieuws krijgen, van de deur van je eigen slaapkamer van binnenuit op slot.

De laatste weken, realiseer ik me, heb ik op mijn tenen gelopen. Heb ik dingen* laten gebeuren die niet ok zijn, uit angst het fragiele onevenwicht te laten kantelen. Uit angst op een ochtend gepakt en gezakt klaar te staan om naar mijn eerste afspraak te vertrekken, en in de steek gelaten te worden door Dirk waardoor ik weer eens niet zou kunnen werken wat me niet bepaald meer in dank zou afgenomen worden.

*Dingen die niet ok zijn. Fysieke dingen, praktische dingen, zielsdingen. Daardoor voelen dat er weer iets gebroken is. Of gestorven, vanbinnen.

Dit weekend iets in de schoenen geschoven gekregen wat ik niet gedaan had. Het er netjes weer uit geschoven, de grens getrokken. Er volgde stilte, mokken. Ik voelde me sterk, dikte de grens nog een beetje aan. Het ontspoorde. Noodoplossingen gezocht om te kunnen gaan werken. Hopen op het werk dat ze niet zagen dat ik tranen met tuiten had gehuild. Hopen dat de Babyzoon niets overhoudt aan een moeder die tranen met tuien en gierende uithalen huilt terwijl ze hem een yoghurtje geeft. Zoiets.

Noodkreet uit gestuurd. HELP, help.

Aan zo veel deuren geklopt de laatste tijd: pleegzorg, K&G, similes, CGG, CAW… Maar niets concreets in handen. Dus nu geschreeuwd: help me, help me. Wetende dat mijn ziel finaal gebroken zou zijn als ik nog eens op mijn knieën had gemoeten om schuld te bekennen voor iets dat ik niet gedaan had, om te zorgen dat ik kon gaan werken, zodat ik mijn baan niet zou verliezen aan mijn instabiliteit. Weten dat als ik nu de grens niet trek, ik verloren ben.

[Nota bene: gesprekken met pleegzorg gehad, onmogelijk om hulp te krijgen omdat papa terug in beeld was, en hij op de hoogte zou moeten gebracht worden. Terwijl ik net een veiligheid moest inbouwen voor momenten zoals die ik nu beschrijf.]

Op het werk het masker op. Functioneren, doen, een tikje opgedraaid, dat wel.

’s Nachts doodsbang. Zo ongelooflijk bang.

De vraag of het nu nog niet genoeg is. De hoop dat het nu genoeg is, dat er een punt kan gezet worden.

Terug naar af. Of misschien naar een verdieping onder af.