Flarden

Ik geef Babybroer zijn flesje. We zitten op het grote bed. Zijn hoofdje ligt tegen mijn hart. Hij lijkt nog klein als hij zo ligt, en drinkt, met ogen die dicht vallen. ‘Zo,’ zeg ik hem. ‘Alles wat jullie nodig hebben, zullen jullie dus vooral van mij moeten hebben. Opvoeding. Liefde. Affectie. Regels.’ Ik grinnik. Babybroer kijkt me aan. Ik kijk in zijn ogen, verbaas me hoezeer hij op Dirk lijkt. Ik glimlach naar hem. Ik zie aan zijn ogen dat hij terug lacht, met de fles in zijn mondje. ‘We redden het,’ zeg ik. En ik weet het zeker.

‘Later als wij groot zijn, zijn wij jouw papa’s. Dan heb je twee papa’s, moeke!’. Kleuterzoon ziet het helemaal zitten.

Babyzoon krijgt tandjes, en is alweer een tijdje van zijn melk. Als ik hem neer zet in de keuken, pakt hij mijn rok vast en loopt met me mee, overal waar ik ga. Ik kniel voor hem neer, kijk hem aan. Hij kijkt verwachtingsvol terug. Ik pak hem op, houd hem op mijn heup. Innig tevreden zit hij daar. Hij kijkt naar alles wat ik doe, met rustige aandacht. Ik kan intussen al erg goed groenten snijden, afwassen, was insteken en opruimen met één hand.

Kleuterzoon wil dat we een tekening die hij gemaakt heeft, ophangen. Hij kiest zelf een plekje naast zijn bed. Hij is trots. En blij dat hij nu ook ’s nachts naar zijn tekening kan kijken als hij wakker wordt. Als ik later ga kijken, ligt hij diep te slapen met een speelgoedautootje in zijn hand. Ik glimlach. Het gaat goed met hem. Zo blij!

Babyzoon en ik maken een ommetje. Het schemert, de laatste flarden licht verdwijnen langzaam. We gaan naar de rand van het bos, waar het paard staat. Het is donker waar we lopen. Als we bij de wei komen, is het zo duister dat we het paard niet meer kunnen zien, maar het heeft ons opgemerkt en doemt plots op. We geven hem het meegebrachte brood en lopen terug. Babybroer op mijn buik. Ik zing van de twee beren, en hij doet mee van ‘Hihihi, hahaha’.

Kleuterzoon kan steeds meer zelf. Zich aankleden. Schoenen en jas aandoen. Tandpasta op zijn tandenborstel doen. Tanden poetsen. En hij lijkt het allemaal zo makkelijk te vinden. Fascinerend, de ontwikkeling van een kind. Het groeien, niet alleen fysiek, maar ook richting zichzelf zijn en zelfstandig zijn. Het werkt met een soort eigen dynamiek, die je wel ruimte kan geven, maar die je niet moet in gang trappen. Dat gaat namelijk vanzelf. Wonderlijk.

Het is nacht. Babybroer hoest. Ik til hem op, houd hem bij me op schoot. Ik zoen zijn haren en ruik aan hem. Hij slaapt verder op mijn schoot. Langzaam laat ik me achteruit zakken, waarbij ik zorg dat Babybroer in het kuiltje terecht komt gevormd door mijn arm. Nog één keer, denk ik, en val dan in slaap, met mijn armen en lichaam beschermend om het kleine lijfje gekruld.

Makkelijk is het niet, alleen.
Maar verdorie, wat ben ik dankbaar.
Elke dag.

Advertenties

4 gedachtes over “Flarden

  1. Toen hier de papa wegviel ben ik ook de kleine gelukjes aan mekaar beginnen breien. We hebben ondertussen al een hele pedsprei bijeen hoor !
    Wat verwoord je alles toch mooi !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s