A game to play

Kansarmoede wordt door K&G gedefinieerd als:
Kansarmoede is een toestand waarbij mensen beknot worden in hun kansen om voldoende deel te hebben aan maatschappelijk hooggewaarde goederen, zoals onderwijs, arbeid, huisvesting. Het gaat hierbij niet om een eenmalig feit, maar om een duurzame toestand die zich voordoet op verschillende terreinen, zowel materiële als immateriële.

Om te illustreren dat ook mensen als u en ik risico lopen in die toestand verzeild te geraken, presenteer ik u graag het kansarmoede-spel.

Het is een spelbord met vakjes (zelf even tekenen, creatief ben ik niet bepaald). De opdrachten vind je hier onder.

Je staat aan de start, met een pionnetje. Heb je je kleur gekozen? Je start met twee universitaire diploma’s en je woont in een huurhuis. Je hebt twee kinderen, maar je partner is weg gegaan en neemt zijn verantwoordelijkheid niet. Het eindpunt van het spel is ‘kansarmoede’. Je bent gewonnen als je eerst in kansarmoede verzeild geraakt. Klaar? Go!

Opdracht 1: je bent uitgenodigd op een etentje, maar je kan geen cadeautje kopen om mee te nemen en je kijkt er tegenop met de fiets ’s avonds door het donker naar dat etentje te gaan. Bovendien moet je babysit nemen, wat zeker in combinatie met het etentje, onbetaalbaar is. Je verzint een smoes (één van je kinderen is ziek) en zegt af. Een sprongetje vooruit, want hoe meer isolatie, hoe dichter je bij kansarmoede komt. Goede start!

Opdracht 2: je loon is gestort. Hoera! Ga twee plaatsen terug.

Opdracht 3: rekeningen betalen. Je hebt 2000 euro verdiend, en geeft vervolgens 790 euro aan huur uit, 140 euro aan elektriciteit en gas, 30 euro aan water, 150 euro aan kinderopvang, 100 euro aan kosten voor de kinderen, 80 euro aan melk voor de Baby voor een maand, 50 euro aan verzekeringen, 25 euro aan pensioensparen, 250 euro aan de afbetaling van de schulden van je ex, 160 euro aan kosten zoals openbaar vervoer voor je werk, 30 euro internet, 50 euro gsm. Je hebt nog 145 om de boodschappen te doen deze maand! Ga vijf plaatsen vooruit!

Opdracht 4: je bent binnen je budget gebleven in de supermarkt. Sla een beurt over.

Opdracht 5: je moet gaan werken maar je kind is ziek. Je durft niet meer te zeggen dat je daardoor niet kan komen dus na wanhopig zoeken naar oplossingen en overwegen je kind ziek naar de opvang te laten gaan, meld je jezelf ziek. Voor de tweede keer deze maand. Eén plek vooruit.

Opdracht 6: het contact me je vrienden verwatert. Je hebt nooit het geld om mee te doen aan sociale activiteiten en zelden om mensen uit te nodigen. Ergens is het een opluchting, want de leefwereld van je vrienden staat intussen zo ver van je af dat je niet meer weet wat te vertellen, en je merkt dat je interesse in hun vakantiefoto’s ook niet bepaald toeneemt, dat je geen cadeautjes voor de nieuwe babies kan kopen en dat het soms verdomd pijnlijk is overal geslaagde mensen te zien. Twee plaatsen vooruit!

Opdracht 7: het contact met je familie is stroef. Je merkt dat ze geen inzicht hebben in je situatie en denken dat het je eigen schuld is. Je vraagt je af of het allemaal je eigen schuld is. Drie stappen vooruit!

Opdracht 8: je vraagt hulp bij CAW. De man met wie je praat, stelt voor je voorschotfactuur voor elektriciteit en gas te verminderen tot het minimumbedrag, zodat je per maand wat meer over houdt. Je mond valt open van verbazing. Eén plek vooruit.

Opdracht 9: je wordt bij de bedrijfsarts geroepen omdat je te vaak ziek bent. Twee plaatsen vooruit!

Opdracht 10: je wordt uitgenodigd voor een etentje door een zakelijk contact. Het is een fijne avond, hij trakteert, hij weet niets van je problemen, en héél even voel je je een normaal mens. Een glas prosecco helpt daar aanzienlijk bij. Twee stappen achteruit.

Opdracht 11: je hoofd draait cirkeltjes en je kan je niet meer concentreren op het werk. Al lang niet meer. Je blust brandjes, bent je georganiseerde manier van werken kwijt. Twee plaatsen vooruit!

Opdracht 12: shit, kasten leeg. Boodschappen doen. Rekening ook leeg. Dan maar met de visakaart betalen, dat lossen we volgende maand wel op. Drie stappen vooruit.

Opdracht 13: er wordt je een nieuwe baan aangeboden waarvoor je moet kunnen rijden. Je kan geen autorijlessen meer betalen. Blijf ter plaatse trappelen!

Opdracht 14: je hebt net uren gehuild en bent volledig van streek. De bel gaat en je ex staat voor de deur. Je valt hem in de armen, al weet je dat daar weinig goeds van komt. Maar je bent zo ellendig en kan even niet meer nadenken. Drie stappen vooruit.

Opdracht 15: je krijg twee tassen met tweedehands kleedjes voor de kinderen. Mooi! Een plaats achteruit.

Opdracht 16: kindergeld is gestort. Oef, naar de supermarkt. Je bent zo opgelucht na enkele dagen de voorraadkast leegschrapen, dat je per ongeluk chocolaatjes koopt. En een speelgoedje voor de kinderen omdat je je vaak schuldig voelt. Niet slim van je, maar toch een plaats achteruit.

Opdracht 17: je fiets gaat stuk. Verdorie, het is je enige vervoersmiddel. Je stelt de herstelling even uit tot je nieuwe loon betaald is. Een plaats vooruit.

Proficiat! Je hebt verbazend snel de finish gehaald!

Denk je dat het jou niet kan overkomen? Ik hoop het voor je. Dat meen ik.
Deze las ik deze week: http://inkelspielchen.wordpress.com/2014/10/06/het-water-aan-de-lippen/ Ik weet exact waar de dame het over heeft.

Denk je dat je niemand kent in deze situatie?
Ik zal je wat vertellen. Sommige volgers van dit blog ken ik uit het echte leven. Ze weten niet dat ze mij kennen uit het echte leven, vermoed ik. Ja, misschien ben jij het wel. Misschien heb ik wel naast je gezeten tijdens een college op vrijdagochtend in eerste kan, of heb ik vorige maand wel een etentje met je afgezegd omdat mijn kind ziek was.

Overdrijf ik als ik het over kansarmoede heb? Ik heb twee universitaire diploma’s, we wonen in een huurhuis, mijn zonen dragen leuke tweedehandskleedjes. … We hebben niets te veel. Hebben we iets te kort? Ja, we hebben dingen te kort. Eigenlijk wel ja. Heel hard trekken, en ik knoop de touwtjes aan elkaar. Maar dan wel heel hard trekken, en bang zijn dat de touwtjes knappen. En stress, elke dag stress.

Ken je alleenstaande ouders? Ze hebben het vast niet zo moeilijk, want ze hebben unief gedaan en werken voltijds. Toch? Ga er maar niet van uit. Misschien moet je eens met hen gaan praten. Vragen waarom ze niet meer naar etentjes komen.

Terug naar af

En net als je achterover leunt en denkt dat het allemaal wat rustiger wordt, ontploft de boel weer eens.

Ik weet niet eens waar beginnen met vertellen.

Manipulatie, daar. Een patroon. Mijn ziel bijna verpletterd door honderden keren buien te verdragen, verwijten te horen, dagenlang genegeerd te worden, in de relatie. Elke keer duizend pogingen om ‘het goed te maken’. Wat goed maken? Iets dat ik niet fout had gedaan. Maar voor de lieve vrede en om niet alleen gelaten te worden, de schuld nemen. Jezelf verloochenen. Blij zijn dat het weer in orde is, alleszins weer normaal. Voelen dat er weer iets gestorven is, een stukje ziel, vanbinnen. Maar de pijn niet aankunnen en dus buigen. De pijn van de vernedering, van het niet-begrijpen, van het niet meer verdragen, van het genegeerd worden, van het dagenlang geen nieuws krijgen, van de deur van je eigen slaapkamer van binnenuit op slot.

De laatste weken, realiseer ik me, heb ik op mijn tenen gelopen. Heb ik dingen* laten gebeuren die niet ok zijn, uit angst het fragiele onevenwicht te laten kantelen. Uit angst op een ochtend gepakt en gezakt klaar te staan om naar mijn eerste afspraak te vertrekken, en in de steek gelaten te worden door Dirk waardoor ik weer eens niet zou kunnen werken wat me niet bepaald meer in dank zou afgenomen worden.

*Dingen die niet ok zijn. Fysieke dingen, praktische dingen, zielsdingen. Daardoor voelen dat er weer iets gebroken is. Of gestorven, vanbinnen.

Dit weekend iets in de schoenen geschoven gekregen wat ik niet gedaan had. Het er netjes weer uit geschoven, de grens getrokken. Er volgde stilte, mokken. Ik voelde me sterk, dikte de grens nog een beetje aan. Het ontspoorde. Noodoplossingen gezocht om te kunnen gaan werken. Hopen op het werk dat ze niet zagen dat ik tranen met tuiten had gehuild. Hopen dat de Babyzoon niets overhoudt aan een moeder die tranen met tuien en gierende uithalen huilt terwijl ze hem een yoghurtje geeft. Zoiets.

Noodkreet uit gestuurd. HELP, help.

Aan zo veel deuren geklopt de laatste tijd: pleegzorg, K&G, similes, CGG, CAW… Maar niets concreets in handen. Dus nu geschreeuwd: help me, help me. Wetende dat mijn ziel finaal gebroken zou zijn als ik nog eens op mijn knieën had gemoeten om schuld te bekennen voor iets dat ik niet gedaan had, om te zorgen dat ik kon gaan werken, zodat ik mijn baan niet zou verliezen aan mijn instabiliteit. Weten dat als ik nu de grens niet trek, ik verloren ben.

[Nota bene: gesprekken met pleegzorg gehad, onmogelijk om hulp te krijgen omdat papa terug in beeld was, en hij op de hoogte zou moeten gebracht worden. Terwijl ik net een veiligheid moest inbouwen voor momenten zoals die ik nu beschrijf.]

Op het werk het masker op. Functioneren, doen, een tikje opgedraaid, dat wel.

’s Nachts doodsbang. Zo ongelooflijk bang.

De vraag of het nu nog niet genoeg is. De hoop dat het nu genoeg is, dat er een punt kan gezet worden.

Terug naar af. Of misschien naar een verdieping onder af.