Een groet vanuit het Nest

Dirk.

Vrijdagmiddag. Een gestolen momentje op de bank, tijdens het dutje van Babybroer. Hij heeft nog steeds diarree, dus stond ik om 4 uur en om 6 uur met hem in de badkamer. Vanochtend brachten we Kleuterzoon weg naar school (te laat, oeps), en deden we boodschappen. Babybroer zat in het karretje als een prinsje, kreeg een tuc-koekje van de proevertjes, hield zowel mij als alle andere klanten goed in het oog, verleidde maar liefst twee winkelbediendes, kreeg een nieuw bordje met drie kipjes op – dat hij trots vasthield tot bij de kassa, en viel in de bakfiets naar huis prompt in slaap van al die avonturen.

Het lijkt alsof ik er wat aan het doorkomen ben, Dirk. Ik denk niet meer dat ik wil dat je terug komt. Integendeel, ik vraag me af hoe het allemaal zo ver is kunnen komen. Daarover denk ik dat ik erg naïef ben. Ik ga af op wat mensen zeggen dat ze doen. Ik geloof mensen die vertellen hoe ze zijn. Dat neem ik voor waar aan. Maar eigenlijk moet je mensen misschien beoordelen op wat ze tonen, op wat ze doen. En als ik daarnaar kijk bij jou, zie ik bitter weinig fraais, verstopt onder veel praatjes. Ik vind het hard om het zo op te schrijven. Dat is ook helemaal niet in mijn stijl. Maar je loog, Dirk. Je maakte schulden. Je had grote principes over Liefde, maar daar was in de praktijk weinig van te merken. Je lag op de bank en liet mij voor dingen opdraaien. Je zei dat je werk zocht, maar deed dat dan wel zonder solliciteren. Toen ik zwanger was, had je daar allerlei romantische beelden bij in wat je schreef en wat je verkondigde, maar als ik misselijk was, was je geërgerd. Waarom kan ik dan zo moeilijk dat beeld dat je van jezelf ophing, in wat je zei, loskoppelen van die realiteit die erg duidelijk was? Mogelijk heeft het te maken met hoe ik zelf in elkaar zit. Als er al een kloof is tussen wat ik doe en wat ik zeg, verontschuldig ik me duizend maal. Ik heb allerlei dingen in mijn hoofd waaraan ik moet voldoen voor mezelf en anderen, en ben er heel de tijd mee bezig daar naar te streven. Ik ben opgevoed met principes over eerlijkheid, nederigheid, bescheidenheid. Ik kan me gewoon niet voorstellen dat dat niet voor iedereen even vanzelfsprekend is. Ik wou soms dat ik wat meer gewapend opgevoed was. Wat minder naïef. Maar tegelijk is het ook een groot goed voor de spiegel te kunnen gaan staan, te zien dat ik niet geweldig ben, maar dat ik wel echt ben. En dat ik me niet beter moet voordoen dan ik ben.

Ik kom er doorheen. Door de crisis. Soms ben ik bang dat het te snel gaat. In het boek dat ik lees over Crisis en Spiritualiteit, staat dat je de crisis niet mag ontlopen, niet mag ontvluchten. Dat je er dwars doorheen moet, om er van te leren en je leven te transformeren. Dat je niets leert en niets transformeert als je er in een boogje omheen rent. Dat het dan blijft terugkeren, in andere gedaantes.

Leer ik? Ik leer over mijn eigen grenzen. Dat ik die nooit heb gehad, of nooit verdedigd heb. Het plots wel doen, is een behoorlijk gevecht en valt bij weinigen in goede aarde.
Ik leer over alleen zijn. Sinds mijn vijftiende had ik relaties. Drie in totaal. Nogal serieel. Voor het eerst ben ik alleen. Nog niet eens zo gek lang. Maar wel alleen.
Ik leer over mijn eigen kracht. Over heel de dag denken dat ik het niet kan en niet uithoud, maar het intussen wel gewoon doen.

Maar over heel veel dingen tast ik nog in het duister. Over liefde. Of het überhaupt bestaat. Over werk, wat het waard is en of het zin heeft. Over opvoeden, hoeveel fouten je mag maken. Over vriendschap, hoe je een vriend kan zijn en hoe je vrienden kan toelaten. Over eenzaamheid, waarom ik er zo naar smacht en of het goed is daaraan toe te geven.

Gisteren sliepen de kinderen, en was ik aan het strijken met een kopje thee. De afwas was gedaan, de broodmachine snorde. Verder was het huis stil en donker. Ik vouwde Babybroer zijn bodietjes, probeerde het legertje eenzame sokken tot paren te hervormen. En ik dacht: ‘Wat erg voor Dirk dat hij hier niet meer mag zijn.’ Ik schrok van de gedachte, want je wil hier zelf niet meer zijn. Maar plots zag ik mezelf, in de keuken, het levende hart van dit levende huis, met twee kinderzieltjes boven. En ik zag jou, in godweetwelke kamer ergens, alleen. Met een sigaret, je computer, wat boeken. En het leek zo schraal daar. Zo eenzaam.

Dirk, wat sneu voor je dat je hier niet kan thuis horen.

Groet vanuit het Nest. Het is hier warm.

Advertenties

15 gedachtes over “Een groet vanuit het Nest

  1. Ehm, dat je om de crisis heen zou zeilen? Dat zou ik nu niet direct zeggen. Ik denk dat jij groeit waar je bij staat, waardoor je het zelf even niet zo goed meer ziet – VIJF maanden, en kijk hoe ongelooflijk ver je al staat – je zit NU al op het punt dat je eigenlijk zelf niet meer wil terugkeren naar de staat van zijn van vijf maanden geleden.

    • Ik hoop het, Medemama. Soms denk ik dat ik er te snel doorheen of overheen wil, en dat ik er daarom nooit echt vanaf ga geraken. Zoiets :(.

  2. Slik…
    Herkenbaar…

    Hier is het ondertussen 18 maanden geleden dat ‘mijnen dirk’ besloot dat het leven zonder verantwoordelijkheden en een absolute vrijheid zoveel leuker zou zijn…

    Het beeld dat jij schetst is komt dicht in de buurt van het beeld dat ik heb van ‘mijnen dirk’; eenzaam met sigaret en filmpje. Ik probeer te begrijpen dat hetgeen is wat hij wou, en ergens hoop ik oprecht dat hij zo gelukkig is…

    En even, ik heb quasi geen herinneringen aan de eerste 6 maanden, dat was echt een periode van overleven en ‘gewoon’ voortdoen iedere dag en iedere nacht…

    Leuk dat je een dagboek bijhoudt, dat kan echt heilzaam werken, ‘k zou er ook beter weer mee beginnen.

    • 18 maanden… Hoe gaat het nu met je?

      Gek dat je dat zegt over het gebrek aan herinneringen. Ik vertelde net tegen een vriendin dat ik van de ergste periode alleen nog weet hoe wanhopig ik was, maar niet hoe het was om zo verschrikkelijk wanhopig te zijn, alle hoeken van mijn ziel te zien, alle verdiepingen onder de bodem te leren kennen.
      Een beetje zoals weeën, daarvan kan je je achteraf ook niet meer voorstellen hoe ze voelen.

      • Ja, van de laatste dramatische maanden (of zeg maar jaar) heb ik wel vrij scherpe herinneringen, alleen zijn deze gekleurd door mijn geloof/hoop dat alles zou keren. Van die periode heb ik ook wel geschreven herinneringen, en telkens ik die herlees, besef ik dat ik toen wel heel naïef was… De onmacht, het ongeluk, een constant gevoel van ongerustheid, ongeduldigheid,…

        Na 18 maanden lijkt alles op zijn plooi, en meestal is dat ook zo. Er zijn afspraken over de kleuterzoon, enerzijds beperkte met ‘mijnen Dirk ‘ en anderzijds ook met mijn ouders. Er zijn afspraken met het werk, dat zich ook op 110km van mijn nest bevindt. Maar soms, overvalt het me, mijn leven hangt aaneen van de (weliswaar goede) afspraken en er is zo weinig ruimte voor buitensporigheden en spontaniteit…
        Maar de gemoedsrust die ik nu heb, is onbetaalbaar.

  3. Beste mevrouw/Prinses op de erwt,

    We hebben mekaar nooit ontmoet. En ik lijk meer op degene die is vertrokken, dan op jou. Daarom voel ik mee een beetje een indringer als ik je lees. Om beide redenen. Ik voel toch de nood om je te zeggen dat ik vreselijk veel bewondering heb voor wat je doet. Je beide zonen mogen heel erg trots zijn, en ik wens je toe dat dat ze jou al lang vòòr je ze uiteindelijk ‘aflevert’, op handen gaan dragen. Voor de kracht, het (zelf)inzicht, het hele grote hart waarmee je hun nest door de storm loodst (en zover al hebt geloodst!).

  4. En er is nog iets waarvan ik niet goed weet of ik het kan zeggen. Je raakt een soort van scherven door wat je vertelt – idd de scherven vh gekwetste kind dat alles stukslaat dat echt tot bij het hart komt. Wat een pijnlijk juiste spiegel. Het is heel erg confronterend om dat zo te lezen. Maar ook goed. Ik hoop heel erg dat er ook voor onwilligen transformatie is – dat moet dan maar door de pijn ipv altijd weer errond. Dankjewel voor dit stukje – voor de schrijfster en haar zonen heel veel sterren en veel licht, elke dag opnieuw, tot in de haven.

      • Dag Man. Dank voor je reactie en je mooie wens.
        Je reactie roept veel vragen bij me op. Waarom je meer lijkt op hij die weg gegaan is. En of jij me kan vertellen of zij die weggaan dat al altijd geweten hebben, dat ze dat zouden doen. Of dat ze geloofd hebben dat ze het niet zouden doen. En of het beter is om weg te gaan. En nog meer dingen. Misschien wil je me er over vertellen. Alle goeds, ook voor jou sterren & licht!

  5. Nee. Ze hebben dat niet altijd geweten. Ze hebben de dwi gende noodzaak om alles stuk te maken minstens een lange tijd uit hun hoofd gezet. Anders waren ze er niet aan begonnen. Maar hoop toelaten, en open toekomsten toelaten te groeien zonder al meteen ontsnappingsroutes in te bouwen, is voor dat gekwetste kind t moeilijkste wat er is. Te veel licht voor dat slecht gehechte netvlies ofzo. Het lijkt me heel rot voor jou – maar t lijkt me ook dat je niet te streng mag oordelen over j eigen inschatting of hoop vroeger. Hopen is wat mensen doen – en wat hen in staat stelt om verantwoordelijkheden waar te maken.

  6. … en ook moet hoop van twee kanten komen. Anders stort jij alles maar in een zwart gat, waar nooit meer iets terug uitkomt. Hij zal t zelf moeten oplossen – niet veel anders over te besluiten.

    • Dank voor wat je schrijft. Het helpt me, echt. Soms is de vraag of ik heel naïef ben geweest en alles klakkeloos heb geloofd wat hij op duivelse wijze zat te beramen versus of hij wel wou maar gewoon niet kon, een eindeloze discussie in mijn hoofd. En ik neem mezelf in het eerste geval inderdaad kwalijk dat ik naïef ben geweest, in het tweede geval eigenlijk ook dat ik naïef ben geweest en het niet vroeger gemerkt heb, en in alle gevallen dat ik nu nog steeds soms zo ‘vatbaar’ ben voor hem, want het is zo’n leuke man, verdorie.
      Ik geloof dat wat je schrijft op zelfinzicht steunt. Verbazend helder zelfinzicht. En ik hoop dat je daar iets mee kan. Want ik geloof ook dat dat gekwetste kind kan genezen, en dat dingen kunnen veranderen. Dat die ketting van verdriet en pijn niet moet voortduren, over tijden en generaties heen. Maar makkelijk is/wordt het niet…

  7. Ik moet jou bedanken. Het heeft me gisteren heel erg geraakt om dit stukje te lezen (en dat andere over Ischa Meijer). Ik hoop dat ik – in heel andere, maar anders kuttige omstandigheden – wat van jouw moed kan imiteren.

    • Ik weet niet of ik zo moedig ben. Soms ben ik maar een soortement zielepoot. 🙂 Maar ik wens je moed toe, en kracht. En dank voor wat je wou vertellen, dat helpt me om een fractie meer te begrijpen van waar mijn hoofd niet bij kan ;).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s