Over geld

Geld was nooit zo belangrijk voor me. Maar ik heb gemerkt dat dat enkel zo kan zijn als je er genoeg van hebt.

Naast verdriet, is geld ook een soort taboe. En tekort hebben aan geld ook. Maar ook hoe je je financieel organiseert. Ik heb er geen flauw idee van hoe anderen dan doen, maar ik doe het als volgt.

Lang geleden, met mijn vorige partner, was er geld genoeg. Twee mooie inkomens. We vonden het heel normaal om uit eten te gaan als we geen zin hadden om te koken, en naast een vakantie hadden we ook af en toe een enorme behoefte aan op weekend gaan, kochten we leuke kleding en mooie cadeaus. Naar IKEA, de boekenwinkel of de cd-winkel (ja, zo lang is het geleden 🙂 ) gaan en daar dingen kopen, was een vorm van ontspanning voor ons. En dan afzakken naar de koffiebar en taartjes gaan eten!

Ondanks het mooie gezamenlijke inkomen en het vaste spaarplan, schrokken we toch telkens als er een grote rekening kwam. Zoals van de belastingen. Of van de verzekeringen. Het geld dat op de rekening stond na aftrek van de vaste kosten, beschouwden we namelijk als geld dat uit te geven was. In IKEA. Of in de boekenwinkel. Of in een kledingwinkel. Of in een eethuisje.

Na een aantal keer schrikken, ontwikkelde ik een systeem. En dat systeem werkt nog steeds voor mij. Er zijn drie categorieën kosten, namelijk vaste kosten, periodieke kosten en kosten voor de kinderen.

Vaste kosten

Ik heb een lijstje van alle vaste kosten, die maandelijks te betalen zijn. Grofweg is dat de huishuur, elektriciteit en gas en de afbetaling van een lening aan mijn ouders. Die overschrijvingen staan automatisch ingesteld op de dag dat mijn loon gestort is. Geen omzien naar.

Periodieke kosten

Daarnaast is er een lijstje van alle grote rekeningen die me vroeger deden schrikken als ze kwamen:
– De voorschotrekening van het water, komt driemaandelijks
– De verzekeringen, altijd een oktobercrisis
– De verzekering en wegenbelasting van mijn gekregen auto, die ik dagelijks op de oprit bewonder omdat ik nog steeds geen rijbewijs heb. Daar komt volgens mijn masterplan gelukkig (gauw) verandering in.
– De belastingen – ik betaal belastingen in verschillende landen, dus het is altijd een beetje een chaos van ergens terugkrijgen en ergens bijbetalen.

Ik weet exact of ongeveer hoeveel deze dingen me kosten. En ik voeg ze bij de vaste kosten. Als ik bijvoorbeeld 1000 euro moet bijbetalen aan de belastingen op jaarbasis, deel ik 1000 door 12, en zet ik elke maand (afgerond) 85 euro op een rekening apart. Dat doe ik voor al die kosten zo. En aan die aparte rekeningen (gratis spaarrekeningen, leve Argenta) mag ik niet komen. Niet om een leuke jurk te kopen, niet voor een paar schoenen, niet voor de supermarkt. Niet tout court. Ook niet als ik in het rood sta op mijn zichtrekening.

Als er dan zo’n grote rekening in de bus valt, val ik niet langer achterover om dan recht te krabbelen met maagpijn. Ik ga gewoon naar boven, open het internetbankieren en zie op de betreffende spaarrekening voor die specifieke kost toch wel exact het bedrag staan dat ik nodig heb. En dan kan ik de rekening gewoon betalen, en is het klaar. (En ja, ik heb dus een allegaartje aan rekeningnummers waar anderen niet wijs uit zouden worden, maar ik wel. Beschouw het als 15 spaarvarkens die naast elkaar staan en elke maand gevoed worden.)

Kosten voor de kinderen

Ik hoef jullie vast niet te vertellen dat kinderen geld kosten. De rekening van de opvang. De rekening van de school. De rekening van zomerkampjes. Aangepaste melkvoeding.

Ook voor de kinderen heb ik een aparte rekening. Daar zet ik maandelijks het kindergeld op, aangevuld met een bedrag dat ik daarnaast nodig heb voor hen. En als Dirk iets stort, komt het daarbij te staan. Op die manier kan ik bij wijze van spreke in het rood staan op mijn zichtrekening. Maar als Babybroer melk nodig heeft, is er altijd melk.

Ik spaar ook voor de mannen. Een vast bedragje per maand, tot ze 18 zijn. En als ze durven dat uit te geven aan een moto op de dag van hun achttiende verjaardag, krijgen ze een klap ;).

Sommige dingen koop ik trouwens niet voor de kinderen: speelgoed en kleedjes krijgen we gelukkig, met veel dank aan lieve mensen die deze dingen apart houden voor ons. Ik vind dat trouwens erg ecologisch, hergebruiken. Geen van mijn beide kinderen hebben ooit geklaagd over het tweedehandsaspect van hun speelgoed of kleding.

Er zijn wel dingen die ik ‘te kort’ heb voor de kinderen. Geen levensnoodzakelijke dingen. Maar ik ben bijvoorbeeld op zoek naar zo’n aanhangfiets voor Kleuterbroer om mee te leren fietsen in het verkeer. Nieuw zijn die nogal duur (moest iemand eentje tweedehands verkopen?). En Kleuterzoon speelt nog steeds met Duplo en Clicks, omdat ik nog nergens Lego op de kop heb kunnen tikken. Ik denk echter dat het voor zijn ontwikkeling wel heel goed zou zijn om met Lego te leren bouwen, hij bouwt heel graag.
Maar goed. De kindjes vroeger hadden ook geen aanhangfietsen of Lego, dus waar hebben we het over?

Samengevat

Samengevat werkt mijn financieel systeem zo dat ik in principe alle kosten als maandelijkse vaste kosten beschouw, en er het gepaste bedrag voor parkeer op een spaarrekening. Het geld dat dan overblijft, kan ik uitgeven. Dat is jammer genoeg echt niet veel (Dirk droeg al heel lang niet meer bij in het huishouden en ik betaalde al lang alles alleen, maar ik ben ook zo stom geweest een aantal van de schulden die hij had gemaakt in te lossen in de hoop op beterschap tussen ons). Meestal is het op maandbasis net genoeg of net te weinig. Extraatjes zoals eindejaarsuitkeringen, vakantiegeld, geld van mijn grootmoeder voor mijn verjaardag, … zijn dus meestal erg welkom. Maar misschien is dat voor de meeste gezinnen met kinderen wel zo? Of ook voor alleenstaanden?

Voor mij is dit systeem alleszins een beveiliging. Ik geef geen geld uit dat ik een half jaar later nodig heb om mijn verzekeringen te betalen. En zo lukt het meestal ‘net’, zonder spaargeld te kunnen opbouwen, maar ook zonder in schulden te belanden (buiten een lening die ik bij mijn ouders heb die ik aan het afbetalen ben, een gevolg van mijn poging om Dirk te helpen).

Ik hoop dat er een dag komt dat het wat makkelijker wordt. Omdat ik meer verdien, of omdat ik een partner heb waarmee ik kosten zou kunnen delen. Maar dan nog weet ik dat die onbezorgde tijd van IKEA-bezoekjes, restaurantbezoekjes, kledingwinkels en boekenwinkels nooit terugkomt. Mooie of leuke dingen kopen is geen ontspanning meer. Kopen is eerder een stressfactor, en ik merk dat ik als ik iets koop altijd levensgroot de vraag zie opdoemen: is dit het waard? En dan koop je geen taart meer die je zelf ook kan bakken, dan koop je geen jurk meer om naast de vier andere te hangen, dan ga je niet automatisch meer in elk station in de Panos een frangipanegebakje halen en dan loop je vooral de speelgoedwinkel voorbij met de twee kindjes, in plaats van er even een kijkje te nemen. Ik wil ook graag beter voor de dingen die ik heb zorgen. Ik was en strijk zorgvuldig, ik poets de schoenen regelmatig en ik sorteer het speelgoed nauwgezet. Als ik nog een keer uit eten ga, of ik koop een nieuwe jurk, zal ik daar ook een pak bewuster mee omgaan. Het is meer een feestje dan. En ik heb de kringloopwinkel ontdekt. En tweedehandswinkels voor kleding. Alleen vind ik bij de kringloopwinkel dat je vaak gewoon geluk moet hebben dat je net langskomt als dat leuke kastje er staat, of dat mooie stuk speelgoed. En bij kledingwinkels heb ik het gevoel dat je wel heel veel tijd moet spenderen aan het zoeken tussen muffig ruikende kledingstukken naar iets dat jou toevallig past, in aanvaardbare staat is en past bij je stijl. Niet dat ik een bepaalde uitgekiende stijl heb, maar ik draag bijvoorbeeld nooit broeken en truien. Enkel jurken. Door mijn elegante appelfiguur zie ik er in omslagkledij ook steevast drie maanden zwanger uit, dus dat kan ook niet. (Ik heb mensen uit mijn omgeving al menigmaal verschrikt zien kijken, een keer stelde de kassabediende in de Colruyt me voor om mijn boodschappen in de auto te tillen en op de vraag voor wanneer het was, heb ik de buschauffeur een keer moeten antwoorden dat de vraag even gênant was voor mij dan voor hem).

De veranderingen in consumptiepatroon die ik beschrijf, passen eigenlijk heel slecht in ons economisch systeem, dat op groei gericht is, maar heel goed binnen mijn toenemend ecologisch bewustzijn. Het prijskaartje dat aan nieuwe spullen hangt, is namelijk maar gedeeltelijk zichtbaar. Zou het niet mooi zijn als op een prijskaartje vermeld zou worden wat het de planeet kost om het te produceren en om het af te breken als het weg gegooid wordt?

Ik weet intussen heel goed wat een euro waard is. En wat dingen in de supermarkt kosten.

En toch beschouw ik mezelf als een rijker persoon dan in de tijd dat ik ging ontbijten uit verveling, uit eten ging om niet te hoeven koken, en ging shoppen om de tijd te vullen (zonder te oordelen over mensen die al deze dingen doen en daarvan genieten). Balans positief!