Deadline

21u.
Je hebt een deadline. Morgenavond. Uiterlijk morgenavond.
Je hoofd doet pijn. Je hebt enkele nachten op rij amper geslapen omdat je kind ziek was.
Je hebt niet gekookt vanavond. Geen zin. Gelukkig was er nog soep. Nu eet je chocolaatjes en drink je thee.
Je loopt weg van je bureau. Je kan vast beter werken als je de was opgehangen hebt en de afwas hebt gedaan. Oh, en beter ook nog even de fopspeen en flesjes steriliseren, want je kind heeft spruw. Meteen even het fornuis schoonmaken, als je toch niet meer gaat koken.
Terug aan je bureau is de thee lauw. Je hoofd is er niet bepaald helderder op geworden. Je schuift wat met papieren, je twijfelt. Misschien moet je nu in bed kruipen, en het morgen doen? Morgen gaat het vast beter. Of misschien de vergadering verplaatsen? Neenee, dat is geen optie. Je bent net twee weken in ziekteverlof geweest, je moet nu tonen dat je er weer staat.
De baby huilt. Je troost hem. Stopt hem weer in.
Daarna kijk je ook vast even bij de Kleuterzoon. Die slaapt.
Goed zo. Ze slapen weer.
Je gaat weer naar je bureau. Het moet. Het moet echt.
Een stemmetje in je zegt dat het toch niet kan, dat je nachten na elkaar niet geslapen hebt, dat je moe bent, dat je constant in stress leeft, om de kinderen, om geld, om alles wat er te regelen is, om alles wat je moet besluiten. Een ander stemmetje vanbinnen zegt dat je zo wel altijd een excuus kunt hebben, en dat dat niets opbrengt. Behalve nog meer stress, want het werk geraakt er niet bepaald gedaan van. Of wel soms?
De baby huilt opnieuw. Je gaat kijken. Je troost hem. Weer aan je bureau wil je Dirk bellen. Dirk, kan je komen? Help me alsjeblief, het lukt me niet. Ik moet werken, maar ik ben zo moe. Babyzoon weent altijd. Ik ben bang dat de nacht weer moeilijk wordt en ik ben al zo moe. Het stemmetje in je hoofd verbiedt je te bellen. Het haalt niets uit, je wil het niet, hij komt niet.
Weer een avond alleen, zegt het eerste stemmetje. Weer een avond alleen, met de kinderen. Met mezelf. Op facebook las je een citaat over voor jezelf zorgen als voor een klein kind: enkel gezonde voeding geven, genoeg slaap gunnen, rust en regelmaat, tijd om te spelen. Je beseft dat je niet bepaald voor jezelf zorgt als voor een klein kind, en je eet het laatste chocolaatje op.
Verdorie, waar is dat vredige gevoel naar toe dat je had, toen je daarstraks een ommetje in het bos maakte met de kinderen? Toen je besefte dat je zo hield van het septemberlicht, van de beginnende kilte. Toen je dacht dat het fijn is om nooit bang te zijn in dat bos, dat grote vriendelijke bos. Toen je allemaal kleine witte veertjes op het pad vond en glimlachte. Toen je je innerlijk richtte tot een niet zo nader bepaalde hogere macht, en in de cadans van je stappen vroeg: maak-het-beter-maak-het-makkelijker-maak-het-beter-maak-het-makkelijker-maak-het-beter-maak-het-makkelijker.
Ik zou misschien niet moeten werken, herbegint het stemmetje. Misschien ben ik te vroeg weer gestart, zegt het stemmetje nog. Het andere stemmetje wordt boos. Zo kan je wel eeuwig thuis zitten! Er zal altijd wel een kind ziek zijn, of je zal altijd wel een reden hebben om moe te zijn. Of om geen zin te hebben. Er is altijd wel een was op te hangen en een afwas te doen. Zo kan je tot in de eeuwigheid redenen hebben om niet te doen wat je moet doen. Terwijl je gewoon bang bent om te doen wat je moet doen. Omdat het moeilijk is, omdat het spannend is, omdat het moet. Omdat er een deadline is.
Ja. Ja, ik weet het. Ja.
En nog iets, zegt de boze stem. Dit soort werk is altijd al moeilijk om gedaan te krijgen, de deadline halen is altijd moeilijk. Dat uitstellen, dat tegen de deadline gaan aanhikken, is niets nieuws. Dat komt niet omdat Dirk weg is. Zo ben je gewoon. En nog iets. Er zijn mensen die ergere dingen meemaken hoor. Mensen die ziek worden. Mensen die kanker hebben. Mensen van wie de partner overlijdt. Of het kind. Je wil toch niet ruilen, of wel soms?
Nee. Ja. Ja, geeft het stemmetje toe.
Maar, vervolgt het eerste stemmetje een beetje opstandig, al mijn wilskracht gaat op aan overeind blijven. Aan de zorgen, aan de stress. Ik heb niets over om moed en kracht uit te putten. Ik ben bang. Ik ben bang dat we arm worden, want ik kan de rekeningen zo moeilijk betaald krijgen. Ik ben bang dat we nog eenzamer worden, want doordat er te weinig geld is, is er zo weinig mogelijk, ik ben vaak te moe om iets te plannen, en ik heb geen energie om de ruzie met de familie op te lossen. Ik ben bang dat deze situatie nooit zal veranderen. Ik ben bang dat het nooit beter wordt dan dit. Ik ben bang dat het overleven blijft, dat er nooit meer eens een zorgeloos moment komt. Dat alles altijd een strijd zal zijn. Een strijd met mezelf, een strijd met de wereld rondom me. Ik ben bang dat mijn blik altijd zo beperkt zal blijven tot wat zich binnen deze vier muren afspeelt, omdat het met al mijn energie gaat lopen. Terwijl ik altijd geëngageerd ben geweest. Heb willen leren. Heb willen betekenen. Ik ben bang dat mijn vermogens afnemen, omdat ik heel de tijd met schaarste kamp. Schaarste op alle vlakken: tijd, energie, geld, affectie, ontspanning, rust, slaap.
Babyzoon huilt. Net op tijd. Het andere stemmetje had immers niet meteen een antwoord klaar.

Advertenties

4 gedachtes over “Deadline

  1. er is een liedje met de zinsnede ‘does it ever get any better, or will it be like this the rest of my life’.
    Weet niet van wie of wat, maar als dat op de radio kwam, zwolg ik daar altijd helemaal in, daarna kon ik weer verder. Soms is het zo, dan is alles ellendig en daarna ga je weer verder.

    Heel kritisch kijken naar andere mensen hielp mij ook, er was werkelijk niemand met wie ik integraal wilde ruilen. Niet aardig om te doen, maar je moet wat om je eigen zegeningen nog te zien.

  2. Ik vind dit ontzettend herkenbaar. Die stemmetjes, dat getwijfel of je gewoon moet doorbijten of het een halt moet toeroepen. Bij mij gaat het om veel kleinere dingen, hoor, maar toch: herkenbaar.

    Ik denk ook dat er beterschap komt, al is het maar omdat je kinderen opgroeien en zelfstandiger zullen worden. Ze zullen minder vaak ziek zijn, beter slapen, je meer rust gunnen, enzovoort. Dat scheelt heel wat. De kans lijkt me ook reëel dat je iemand ontmoet met wie het klikt, met wie je een leven samen kan opbouwen. En ik denk dat je uiteindelijk ook wel een job zal vinden waar je het uitdagende aan het praktische (afstand) kan koppelen. Alleen hoop ik voor jou dat die dingen eerder vroeg dan laat zullen gebeuren …

  3. Het wordt beter. Echt waar. En snel. Over twee maanden heb je je balans terug, dat is mijn voorspelling op basis van wat ik hier lees. Ik zeg niet dat het niet meer moeilijk gaat zijn, maar de twijfel, de angst of je het wel gaat kunnen, de angst om eenzaam te blijven, ik ben er vrij zeker van dat je daar de balans terug in gaat vinden.

  4. Naar die nachtelijke stemmetjes luister je beter niet te vaak, want die draaien in kringetjes. Laat ze ’s morgens eens praten, als het buiten weer licht is en het donkere mannetje niet zo in het voordeel is…

    Ik begrijp dat je je zorgen maakt, maar ik ben er ook van overtuigd dat het zal beteren. Stapje voor stapje, zoals datzelfde kleine kind waarover je het in je stukje hebt, leert lopen. Met vallen en opstaan, loslatend wat je niet in de hand hebt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s