Rauw

De laatste weken ben ik intensief op zoek gegaan naar handleidingen voor rouw. Manieren om er mee om te gaan dat mijn leven veranderd is op een manier die ik zelf niet heb gekozen, en waarvan ik best wel ingrijpende gevolgen draag.

Ik heb dingen gelezen over fases van rouw (aarghl, ik lijk tegelijk in de protestfase, vechtfase en depressie te zitten), ik lees boeken over meditatietechnieken, ik lees verhalen van anderen (en dan valt alles bij mij best mee), ik kijk heel dankbaar naar gedachten en schrijfsels hier op de blog en probeer de aangereikte alternatieve denkmethoden te integreren in mijn eigen denken. Ik probeer met mensen te praten, niet veel, soms. Ik probeer plannen te maken om mezelf vast te klikken aan de realiteit en lichtpuntjes te creëren, dingen om naar uit te kijken.

Steeds meer echter besef ik dat ik me hier alleen maar aan kan overgeven. Dat rouwen geen stappenplan is waarvan je de fases kan afhaspelen of dat je het kan transformeren met een meditatietechniekje. Dat rouwen zijn eigen logica heeft en zijn eigen tempo en dat ik het niet in de hand heb.

Dat ik het niet in de hand heb, blijkt uit de minder mooie dingen (understatement!) die ik doe, zoals boze en heel wanhopige mailtjes sturen aan de Onwillige, ook al heb ik met mezelf afgesproken dat NOOIT te doen, jamais. Elke dag heb ik het gevoel dat ik liefst om 18u wil gaan slapen, en er staat even totaal geen rem meer op het eten van rommel (lees: kitkat en kinderbueno uit de automaat op het werk en verschrikkelijke schepsnoep waarvan ik al ziek word voor ik er aan begin). Ik heb gisteren Kleuterbroer een tik op zijn billen gegeven omdat hij me lag te schoppen bij het aandoen van de nachtpamper. Ik merk dat ik zo in mezelf zit dat ik het contact met de kinderen amper nog ervaar. Alsof ik ze op automatische piloot verzorg, maar geen echte verbinding kan leggen. En dan is er nog de pijn in mijn botten die door mijn lijf sluipt en het werk waarvan ik me godganse dagen zit af te vragen wat voor zin het heeft (waarna ik maar weer eens naar de snoepautomaat wandel). Om over het dagdromen nog maar te zwijgen, over de lotto winnen (ik doe niet eens mee), een berouwvolle terugkeer van de Onwillige en het ten gevolge daarvan uitbreiden van het gezin en dat hij dan natuurlijk uit schuld en schaamte voor het door mij doorstane leed aan al zijn tekortkomingen gaat werken en elke dag koffie en taart op bed brengt nadat hij de Babyzoon heeft leren lopen en Kleuterzoon heeft leren lezen tussen 5 en 9u ’s ochtends, terwijl hij ook even de was en de strijk weg gewerkt heeft. (Ok, hier moet ik zelf om lachen.) O, en ik snauw ook wel eens naar mijn ouders die me keihard proberen helpen.

Het is best confronterend het zo op te schrijven. De realiteit is dat ik moe ben, me heel vlak voel in mijn gedachten en gevoelens en dat het niet zo best gaat.

Ik probeer lichtpuntjes te benoemen voor mezelf. Vrienden. Boeken. Hulp van mijn ouders. Schepsnoep, kinderbueno’s en kitkat (zo maar even een grapje). Een eindje fietsen (waarbij ik meestal niets zie omdat ik te hard in mijn gedachten zit). Witte veertjes die ik elke dag zie en die me gek genoeg troosten (en die ik vast alleen maar plots overal zie opduiken omdat ik meestal naar de grond loop te kijken).

Maar ook: het schrijven van jullie hier op de blog. Bij de reacties die komen, verwonder ik me vaak over wat voor interessante, intelligente, fijngevoelige en diepzinnige mensen meelezen. En soms denk ik dan dat ik jullie wel eens zou willen ontmoeten bij thee en taart en een gesprek over de dingen des levens.

Heb een mooi weekend, jullie. Ik ga mijn jongens eens in de ogen proberen kijken.