Strijd

Hoe het dagenlang regende, daar op de Veluwe. Koffie op het bankje aan ons boshutje. Ons warmen tussen de lakens. En totaal balorig van dat pestweer, naakt gaan rennen in de gietende regen in het bos. Wij.

Hoe we met Kleuterzoon, toen nog tussen Peuter- en Kleuter in, naar het Natuurmuseum gingen in Brussel. Heel de dag dieren kijken, totale fascinatie. Traag, want zo zwanger. Op de terugweg had ik het gevoel dat ik het eindje van het station tot thuis moest kruipen. Mijn bekken deed het niet, mijn lichaam was zo zwaar en log. Eenmaal thuis keek ik youtube-filmpjes met Peuterzoon in het grote bed, terwijl jij pizza haalde omdat er echt geen sprake meer was van enige mogelijkheid tot activiteit, die dag. Wij.
 
Hoe we na het laatste bezoek aan de vroedvrouw chocoladetaart kochten. Taart voor als de Baby er zou zijn. Voor mij mocht het dezelfde dag nog gebeuren. Hoe we daarna gingen wandelen. Hoe ik bleef zitten met Peuter/kleuterzoon op een bankje, en jij een eindje verder liep. Hoe je terug kwam met armen vol vlierbessen en de rest van de laatste dag zonder Babyzoon vlierbessensiroop maakte. Wij.
 
Zo veel kleine, banale momenten. Herinneringen die opspringen uit die doos die ik liever toe wil houden.
 
‘Elk moment is waar’, las ik ooit. Troost de gedachte? Ik weet het niet.
 
Het is alleszins vreemd dat samen zijn toen volstrekt normaal leek, en ik – ondanks de problemen die er waren – vertrouwen en hoop koesterde. Hoe ik geen besef had van wat er me te wachten stond. Waarom was ik toen niet wat bewuster gelukkig? Omdat ik niet wist hoe donker het nog zou worden, waarschijnlijk.
 
Ik zet me schrap, deze dagen. Gisteren veroorzaakte een banaal mailtje het gevoel dat er een luik onder me open klapte en ik de dieperik ingezogen werd. Wanhopig klampte ik me vast aan de wanden en ik heb het gered. Maar wat als ik op een dag naar beneden val? Wat dan met de kinderen? Wat dan met het werk? Wat dan?
 
Ik weet dat er ergere dingen zijn dan dit. Ik weet dat ik niet de enige ben in deze situatie. Maar ik kijk om me heen en het is zo een slagveld, met overal nieuwe gevechten die ik moet leveren. Het gevecht ‘Kleuterzoon’, want het gaat niet goed met hem. Het gevecht ‘Werk’, want mijn contract loopt eind dit jaar af en ik moet op zoek naar iets anders. Het gevecht ‘Geld’ want het is zo puzzelen. Het gevecht ‘Deadlines’ want één en ander moet af. … En in de strijd word ik verzwakt door de vermoeidheid door het vroeg opstaan, en het doorploeteren van dagen met twee kleine kinderen.
Zondag dacht ik om 5u ’s ochtends: dit is het, ik kan niet meer, ik doe niet meer mee. Maar niet meer mee doen is geen optie als er al een onwillige vader niet meer meedoet.
 
Ik wou dat er maar één iets wel goed ging. Dat ik bijvoorbeeld financieel niet zo krap zat, en het me kon veroorloven 1,5 maand niet te werken om te rusten en op mijn plooi te komen. Of dat ik gewoon een baan zou vinden die bij mijn gezin past. Of dat ik deze baan kan houden en meer kan verdienen, waardoor ik wat meer hulp kan inkopen voor mijn gezin. Of dat ik plots gezegend zou worden met een ongebreideld optimisme. Of dat Kleuterzoon een betere periode zou krijgen waardoor we het weer wat fijner zouden hebben samen, want vaak heb ik het gevoel dat we in een negatieve spiraal zitten samen en het helemaal mis gaat. Of dat ik een leuke man zou ontmoeten, voor een beetje leuks en liefs, soms.
 
Soms zou ik een waarzegger of astroloog willen raadplegen, al geloof ik daar helemaal niet in. Gewoon maar om te horen dat ik nu gewoon even onder een slecht gesternte sta, maar dat het vanaf weet-ik-veel, maart ofzo, beter zal gaan. Als ik zou weten wanneer de spiraal terug opwaarts draait, kan ik het wel uithouden.
 
Vaak vraag ik me af wat ik gedaan heb waardoor dit allemaal op mijn pad komt. 
 
En ik lees boeken over crisissen, en dat je dan kan afdalen in jezelf en tot je essentie kan komen en dat je leert op die manier wat je te leren hebt in het leven. Maar misschien wil ik niets leren, misschien ben ik genoeg afgedaald in mezelf intussen. Laatst sprak ik met een vriendin, die hoogzwanger tegenover me zat, en me vertelde dat ze nog nooit een periode van crisis had doorgemaakt. En dan denk ik alleen maar: waarom ik? En ook: laat het ophouden.