Pleidooi voor verbondenheid

women who run with wolves

Het is zaterdagavond. De week is druk geweest met een paar buitenlanddagen, een avond waarop ik de kinderen om 23u van een ander bed naar het eigen bedje hier in huis transplanteerde. Gesprekken, treinen, regen, solliciteren. Maar ook koffie met een vriendin en zelfgemaakte cakejes, de buurvrouw op bezoek, een huis dat naar zelf gebakken brood, net opgehangen was en homemade tomatensoep ruikt, twee kindjes met schuimkoppies en brede glimlach in bad (die toch 14 minuten schoon bleven na afloop) en lunch met een vriendin in de natuur.

Ik scharrel door het huis, en het doet me ongelooflijk deugd. De kinderen slapen, ik doe de was, ruim wat speelgoed op, leg een paar cadeautjes klaar die ik moet versturen, stuur wat smsjes, en heb net een kopje thee gezet om fijn even te schrijven.

Volgende week deze tijd zijn we aan zee. In het aangeboden gratis vakantiehuisje (zo dankbaar). Ik heb besloten mezelf cadeau te doen dat ik zonder stress en uit een opgeruimd huis vertrek. Dus hangt er een plan aan de kast. Elke avond 30 minuten opruimen in een ruimte van het huis, elke avond 30 min strijken (de mand puilde wat uit na een tijdelijke verwaarlozing door veel deadlines). Uit elke kamer die aan de beurt komt, leg ik alvast apart wat mee moet. Bij het strijken kan ik ook al selecteren, en op die manier staat vrijdag de bagage klaar zonder dat het allemaal een grote krachttoer wordt. De berging heb ik gisteren eindelijk maar eens opgeruimd. Daar stonden nog allerlei kraamspullen. Ik was bang voor het gevoel ‘misschien heb ik dit allemaal nooit meer nodig en ik wil zo graag nog een kindje’ bij het opruimen, dus had ik er intussen een laagje stof op laten komen. Maar nu heb ik even doorgebeten en kan ik trots zijn dat er alvast twee vierkante meters in dit huis tip top in orde zijn :).

Naar aanleiding van mijn vorige post waren er een aantal reacties waarin hulp aangeboden werd. Ik was daardoor enorm ontroerd, maar tegelijkertijd ook een beetje ‘verlegen’. Moet ik het niet zelf redden? En wat kan en mag ik aan anderen vragen? En hoe dan? Kan ik mensen toelaten in mijn leven, durf ik? … Die gevoelens.

Gisteren in bed las ik een stukje uit ‘De Wolsvrouw vertelt’ van Clarissa Pinkola Estés . Ik hou enorm van het werk van deze schrijfster, die verhalen als medicijnen ziet, en ongelooflijk mooie sprookjes en mythen vertelt die gaan over de kracht van de vrouwelijke natuur. Als ik haar werk lees, denk ik altijd even dat ik het helemaal ga redden, dat ik alle kracht en wijsheid in me heb om dit goed te doen (dit is: mijn kinderen groot brengen in omstandigheden die ik niet zo had gewild). En misschien is dat ook wel gewoon zo.

Het stukje van gisteren raakte me heel erg, omdat het aansloot bij mijn denken over de aangeboden hulp:

‘Kinderen grootbrengen is tegenwoordig, net als in de laatste tientallen jaren, alsof je een rivier afdobbert die vol ligt met vuil en afval dat in brand is gestoken. Op beide oevers bevinden zich tal van sluipschutters. Onze kinderen en wij zitten ineengehurkt in boomstamkano’s en varen wegduikend en zigzaggend de rivier af. Wie beweert dat dit niet zo is, of dat het slechts een recent fenomeen is, is nog niet wakker.
Toch weet ik het sinds mijn jeugd dat we tegelijk nog een andere waterloop bevaren. Ik heb deze in mijn werk Rio Abajo Rio, ‘de rivier onder de rivier’ genoemd. Het is een oude, rechtvaardige stroom, lijnrecht en gevuld met het leven zelf, helder, springleden, fris en vitaal. In dit heldere water waarin scherpe pijn verzacht en wonden verzorgd worden, wordt onze ziel nooit onherstelbaar gekwetst en is geen ziel voorgoed verloren. (…)
Tegelijkertijd maak ik me zorgen dat er in veel van onze moderne gezinnen niet genoeg mensen zijn. Mijn pleegouders hadden samen zeventien broers en zussen. Hoe kan een kind anders de kwellingen van het beleefd zijn leren, als er geen kregelige familieleden zijn op wie het kan oefenen? Hoe kan een kind ooit leren wat devotie is zonder tenminste één vrome tante? Van wie kan een meisje dromen dat ze met hem zal trouwen als ze groot is zonder ten minste één aantrekkelijke oudere neef die zegt dat ze mooi is? Hoe kunnen een jongen en een meisje een bal leren gooien tot het zo donker is dat ze niets meer zien, als er geen oude oom is die nooit volwassen is geworden? Als het gezin te klein is, zou iedereen eigenlijk zoveel niet-verwante familieleden moeten aannemen dat ze genoodzaakt zijn voor het kerstdiner minstens tien extra stoelen te lenen.
We hebben niet slechts één kans om een familie te zijn, we hebben er vele. Om een echte, liefderijke familie te worden, moeten we talloze pogingen doen.’

(C. Pinkola Estés, De Wolfsvrouw vertelt, Becht Haarlem, 1992/1995)

Een pleidooi voor verbinden. Voor de rijkdom van ontmoeting. Voor mensen toelaten in je leven, voor anderen een rol laten spelen. Niet altijd makkelijk als je gekwetst en verdrietig bent, en stiekem heel vaak heel graag een dons over je kop wil trekken en wil spelen dat je er niet bent.

Nu is de vraag alleen nog: hoe. Suggesties zijn absoluut welkom.

En voor alle vrouwen wie wel een medicijn kunnen gebruiken voor hun ziel: lees ‘de ontembare vrouw’ van C. Pinkola Estés.

Heb een mooi weekend. Scharrel ze, met een kopje thee. Het is er weer voor!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s