controle-freakt

17u10

De jongens zijn moe, ik ben moe. Vrijdagavond. Om de beurten huilen ze. Ik moet naar toilet maar moet dat uitstellen want Baby kruipt intussen (ja, hem in zijn stoeltje met een riempje vast zetten is een optie, maar ben nooit helemaal gerust want hij is nogal ontsnappingsgericht). Ik vraag me af hoe we 19u gaan halen vanavond.

18u35

Grote Broer ligt brullend op de grond, Kleine Broer brult mee van de schrik. Ik probeer diep in te ademen, maar lijk zelfs daarvoor te moe.

18u50

Bedritueel Grote Broer (plassen – pamper – pyama – tanden poetsen – handjes en gezichtje wassen – drinken – één verhaaltje van Jip en Janneke) zit er bijna op. Kleine Broer speelt op de grond terwijl we het verhaaltje eindigen (Takkie had een egel gevonden!). Kus, knuffel en kruisje, nog heel even praten, en dan ‘slaapwel’.

19u05

Kleintje valt in slaap tijdens het drinken van zijn flesje. Nog even een boertje laten, knuffelen, kusje, kruisje, muziekje, popje tegen zijn wangetje leggen. Slaapwel, mannetje.

19u10

Gedachte: dank, mannekes, dat ik jullie moeder mag zijn.

(En even naar toilet, zomaar, ongestoord! Aaaah!)

19u15

Opruimkwartier begint. Ik zet de kookwekker, doe de afwas, geef de planten water, stofzuig de keuken, ruim het speelgoed op, zet de wasmachine aan. Rrrring, tijd voor het volgende stapje in de routine.

19u30

Een verwaarloosd stapje, maar ik beloof mezelf het vanaf nu trouw te doen. Kookwekker gaat op 10 minuten en die besteed ik aan de tuin. Ik slaag er in om drie verdrietige basilicumplantjes te planten en water te geven, en om enkele vierkante meters van het pad onkruidvrij te maken. En dan gaat het wekkertje.

19u40

Ik klap de strijkplank open, neem de strijkmand erbij. Op 15 minuten zo veel mogelijk strijken! Als het wekkertje afloopt, is mijn strijkmand niet leeg, maar heeft Kleine Broer weer bodiekes en Grote Broer weer t-shirts.

19u55

Rrring. Klaar. Het moet nog 20u worden, mijn huis is aan de kant.
Is mijn strijk gedaan? Nee, maar we hebben morgen wel weer wat om aan te doen!
Is mijn tuin al toonbaarder? Nee, maar ik heb er wel iets aan gedaan en dat geeft na het wekenlang gewoeker van onkruid, een klein gevoel van overwinning.
Val ik over speelgoed? Nee, in het geheel niet.
Blinkt mijn afwasbak? Yes, it does!

Een tijdje geleden, via een blog, kwam ik op de site van de ‘Fly-lady’ terecht. Ik weet niet hoe ik haar moet omschrijven, maar ze heeft alleszins een soort huishoudstructuurplan met allerlei grappige dingen, zoals het Home Blessing Hour, waarbij je een kookwekker zet en op een uurtje tijd de bedden ververst, stofzuigt en de oude kranten weggooit. De ‘routines’, zoals ik nu mijn avondroutine beschrijf, zijn deel van het plan. Je kan je inschrijven op de mailinglist en dan krijg je elke dag oppeppende huishoudaanmoedigingen (‘you are not behind, you are catching up‘) met wat sluikreclame voor poetsmiddelen. Ik moet er altijd KEIHARD mee lachen (het huishouden doen lijkt namelijk het hoogste doel in het leven als je het zo leest), maar ik laat de mails gewoon komen. Zelfs als ik ze ongelezen verwijder, is het weer even een reminder om me aan het systeem te houden.

Dat systeem doe ik op dit moment dus niet volledig, eerder een soort aangepaste versie die voor mij werkt. Wat ik doe is een avondroutine (zoals bovenaan beschreven). Daarbij komt nog voor ik ga slapen dat ik alles voor de volgende dag klaar leg/zet wat kan (zijnde: pannetje met sojamelk + havermout, koffie voorbereiden, brooddoosje gevuld indien nodig, kleedjes van de kinderen en mijzelf klaarleggen, ontbijttafel gedekt). Het kost me een kwartier ’s avonds, het maakt een wereld van verschil ’s ochtends. (En dat kwartier kan nodig zijn om de trein te halen.)

’s Ochtends heb ik ook een routine, die nogal op de kinderen gericht is. Maar wat ik dus sinds ik het systeem een beetje volg ALTIJD doe is mezelf douchen en mijn bed opmaken voor ik aan de dag begin, en ook dat geeft een heel ander gevoel dat wanneer je eerst de kinderen klaar maakt, voedt en weg brengt en daarna nog moet douchen voor je begint te werken en ’s avonds in een rommelbed moet stappen.

Een Home Blessing Hour probeer ik ook wekelijks te doen, en graag zou ik nog 15 min aan mijn avondroutine toevoegen voor een soort fundamenteler opruimen, zoals ik bv laatst een keer het washok in orde heb gezet. Dat kost allemaal niet veel tijd, je moet het alleen een keer doen.

Ik heb alleszins het gevoel dat ik alles onder controle heb en dat ik ruimte heb om dadelijk nog wat denk-, mail- en schrijfwerk te verzetten.

20u32

Ik neem een kijkje bij de jongens. Blozende wangetjes, diepe slaap. Ik kus de warme hoofdjes. Ik glimlach & haal diep adem.

 

 

bak & deel

IMG_2363

Chocoladegebak! Het is een soort brownie (smeuïg, slechts 1 el bloem), en het is eveneens een receptje waarvan ik de herkomst niet meer weet maar dat al een tijdje meegaat. Net zoals mijn beroemde vegan chocomousse (simpel: klop een doosje sojaroom op, smelt 120g zwarte chocolade, voeg naar believen nog wat likeur of koffie toe, meng, doe in potjes en laat opstijven), die ik dus met enige regelmaat snel even uit het hoofd maak.

En voor jullie denken dat ik elke week taart bak om mezelf te troosten: deze had ik gebakken omdat er bezoek kwam. Vervolgens heb ik er de helft afgesneden om straks aan een vriendin te geven, en eigenlijk vond ik het een heel leuk idee om iets zelfgemaakt uit te delen (net zoals ik het altijd leuk vind om een potje confituur ofzo van anderen te krijgen, iets met liefde in), dus wil ik jullie allemaal oproepen om een keer een ‘bak & deel’ te doen. Je kan dan trots én lief zijn en je hebt een goede reden om iets lekkers te bakken.

Maar bij deze het recept van mijn chocoladeverwenmoment.

250g donkere chocola smelten. Dat doe ik altijd met een beetje sojamelk in een warm badje (bain marie). Terwijl dat bezig is, klop je 3 eiwitten op met 50 g suiker en 3 eigelen met 50 g suiker. De gesmolten chocola meng je met 100g boter, daarbij doe je een eetlepel zelfrijzende bloem, dan meng je er eerst de eigelen onder en dan de eiwitten. 40 minuutjes bakken op 180° en klaar is kees (en het huis ruikt zo verrukkelijk naar warme chocola).

Fijn weekend alvast!

over een hindernissenparcours in mijn eigen hoofd

‘Niet het geluk maakt ons dankbaar, maar dankbaarheid maakt ons gelukkig.’

Ik had nog nooit van Thich Nhat Hahn gehoord, maar hij heeft gelijk.

 

En toch is het niet altijd makkelijk om dankbaar te zijn. Enerzijds is het leven tot een ongekende intensiteit gekomen, alsook mijn gevoels- en belevingswereld, door het vertrek van mijn partner, het feit dat ik daardoor volledig uit mijn comfort zone geschud ben, dat daar allerlei emoties bij komen kijken, dat ik plots een alleenstaande moeder ben voor wie elke dag een soort queeste lijkt. (Soms heb ik het gevoel dat ik zoals in Lord of the Rings elke dag opsta, een barre toch moet aangaan met allerlei monsters en gevaren op de weg. De monsters en gevaren zijn dan woedebuien van Grote Broer, de uitdaging beide kinderen gewassen en gevoed in bed te stoppen, en ze op tijd op school en opvang af te leveren, dealen met de gevolgen van vertragingen met het openbaar vervoer, op het werk functioneren alsof er niets aan de hand is, …). Maar die intensiteit voelt ook als ‘echt leven’ en daarin openbaart zich heel veel om dankbaar om te zijn (daar schreef ik al over: hulp, vrienden, nabijheid, mezelf tegenkomen, …). Anderzijds ben ik soms gewoon ook mopperig, verongelijkt en kwaad. Dan lijken de komende jaren zich uit te strekken als een soort hindernissenparcours dat ik alleen moet afleggen met twee kleine kinderen, in een veld vol modder.

Vorige week begeleidde ik een coachingsessie, met leidinggevenden. We spraken over situaties waar ze tegen aan liepen, over problemen en vooral over vertrouwen. Kan je loslaten, je medewerkers vertrouwen geven ook al weet je dat ze het misschien gaan verknallen of hebben ze eerder bewezen dat vertrouwen niet waard te zijn? Moet je wachten tot het moment waarop ze er klaar voor zijn, en zo ja, wanneer weet je dat dan? En wat als je er niet toe komt los te laten en in vertrouwen te gaan staan?

Ik dacht aan mijn eigen leven. Aan de touwtjes in handen willen houden, zo krampachtig dat mijn vuisten pijn doen. Aan het gevoel hebben niet anders te kunnen, want ik heb twee kinderen en moet alles alleen doen. Maar tegelijk heeft de realiteit, vooral de afgelopen tijd, bewezen het vertrouwen waard te zijn. Op allerlei manieren en precies op het goede moment kwam er hulp, geld op de rekening, een telefoontje. De dag dat ik dacht dat ik toch echt een keer een nieuwe jurk nodig had om op het werk te dragen, kreeg ik een miskoop van een vriendin cadeau die me niet alleen prima paste, maar die ik ook gewoon prachtig vond. Zo zie je maar.

Een boek over het leren van vertrouwen dat mij heel erg inspireert en wat ik met regelmaat opnieuw lees, is ‘Te voet naar Jeruzalem’. Het reisverslag van Sebastien de Fooz. 184 dagen lang stapte hij richting Jeruzalem, ‘met een bezemsteel in de hand en amper 50 euro op zak’. Onderweg vond hij onderdak en werd hij gevoed, en hoe armer de mensen, hoe gastvrijer ze waren. In het boek spelen ‘ontmoetingen’ een essentiële rol. Hoop en wanhoop wisselen elkaar af. Doorzettingsvermogen en moed vernieuwen zich telkens weer. Mooi. ‘Ik voel me in continue rust. Ik beslis me niet druk te maken om materiële noden. Voorbij de Hoge Venen is geen enkele overnachting meer gepland, heb ik geen oriëntatiepunten, geen contacten meer. Ik besluit om in vertrouwen mijn weg te vervolgen, de dingen te nemen zoals ze komen. Op hoop van zegen.’ (uit S. de Fooz, Te voet naar Jeruzalem)

Een les in vertrouwen. En een aanrader.

 

 

 

 

Supersnel bak(blik)je (vol) troost

IMG_2356

 

Supersnel want niet eens een weegschaal nodig. En troost, welkom na een dag waarop de verboden gedachte ‘weet ge wat? kom gewoon terug en we doen alsof er niets gebeurd is‘ blijft knagen.

 

10 el zelfrijzend bloem

8 el suiker

6 el sojamelk

6 el maïsolie

1 ei

 

mengen.

Dat is het. Niets gewogen, en enkel een eetlepel en een kom vuil gemaakt.

Vervolgens: in een (ingevet) bakblik doen, naar goesting iets toevoegen (citroensap en – schil, of chocolade, of zoals in dit geval: appel en cranberries) en dertig minuten bakken op 180°C.

30 minuten zijn net genoeg om de tafel af te kuisen, de afwas te doen, de afwasmachine leeg te halen, de wasmachine leeg te halen, de was te sorteren, een blogbericht te schrijven en een kopje eikeltjeskoffie te zetten voor erbij.

Vast lekker met sojaroom, maar dat heb ik even niet. Maar absoluut aan te raden met stilte, een kopje thee of koffie en een boek.

P.S. Ook veel moois vandaag, zoals natuururen waarvoor heel erg dankbaar en waardoor heel erg moe :).

 

Wat hier soms knispert tussen onze tanden

Zaterdagavond. Er komt een onweer aanrollen. Het huis is rustig, de warmte zindert wat na. Ik heb weinig zin om te werken. Er komt een reactie op deze blog via e-mail binnen. Blij. Wat lief. Het doet me deugd, en dat kan ik niet verklaren en had ik nooit verwacht. Gelezen worden doet zin krijgen in schrijven, dus bij deze. Met een kopje eikeltjeskoffie en het allerlaatste stukje zwarte chocola.

Het weekmenu is in. Dat lees ik op verschillende blogs. Deze week vond ik in een doos een pak weekmenu’s van mezelf, van tien jaar geleden, toen ik voor het eerst samenwoonde, en nog in de stad woonde in plaats van vijf kilometer er buiten (en ja, als je geen auto hebt en de dichtstbijzijnde winkel ligt aan de rand van de stad, is dat een wezenlijk verschil). Het is allemaal wel erg typisch voor mezelf (of mijn vroegere zelf). Links zijn er zeven rijen met de dagen van de week, waarop de dag genoemd staat, in cursief de plannen voor de dag en vervolgens het menu. Rechts daarvan zijn er vier kolommen voor drie verschillende winkels (als je in de stad woont, kan je boodschappen spreiden over een grote supermarkt, een biowinkel en een groentewinkel) en voor wat ‘in voorraad’ is en opgebruikt moet worden. Met een glimlach zie ik dat ik Barnaby-avonden organiseerde (waar is de tijd?), in een augustusweek ooit elke dag (elke dag!) vrienden op bezoek kreeg en dan viergangenmenu’s kookte (en elke dag andere, jeetje, had ik tijd te veel ofzo? O ja, ik had geen kinderen). Blijkbaar heb ik ooit eens iets met mierikswortel gemaakt, en deed ik dingen met frambozen en prosecco. En we gingen op weekend met ‘R en H’ en ik zou in godsnaam niet meer weten wie dat zijn J.

Ik ben afgestapt van het weekmenu, hoewel dat heel erg in mijn planmatige en übergestructureerde natuur past. Dat afstappen is geleidelijk gegaan, en als ik even terug denk, is dat begonnen met het toetreden tot het Voedselteam.

Het voedselteam. Ik ben fan.

Aanvankelijk bestelden we groentenpakketten. In die tijd leerde ik koken met rode bieten, warmoes en allerlei koolsoorten. Omdat we toen nooit wisten wat er zou komen (intussen staat de inhoud van een pakket in de webwinkel aangekondigd), maakte ik geen weekmenu meer. Ik improviseerde. En ook dat voedselteam bracht een soort spirituele dimensie in mijn leven. Ik klink vast heel zweverig, maar als ik weer even terug grijp op de betekenis van het Latijnse ‘religare’, namelijk verbinden, kan ik dat spirituele van het voedselteam verklaren. Het verbond mij met wat de aarde ons hier en nu biedt. Geen met-het-vliegtuig-aangeleverde kost meer, maar eten van de boeren hier in de omgeving, bio, er kruipt al eens een rups uit, niet elke komkommer is recht. En ik kan dan wel gigantisch veel zin hebben in tomaten in de winter, die zijn er niet. En pompoen bijvoorbeeld wel, dus dan eten we dat. Het is een soort ‘overgave’ aan wat de aarde hier en nu voorziet, in het groeiende besef dat dat ook is wat wij hier en nu nodig hebben aan vitaminen en bouwstoffen. En samen met het gevoel van dankbaarheid, komt het gevoel van ‘verbonden zijn’ en een veel dieper aanvoelen en meeleven met seizoenen en omgeving. Hier en nu. En dat is spiritueel, in mijn aanvoelen. (En dat de groenten zo kraakvers zijn en zo heerlijk van smaak, en dat er wat zand tussen zit… Hmm!)

Intussen bestel ik bij het voedselteam losse groenten. En fruit. Omdat kiezen ook wel leuk is (en dan bedoel ik: kiezen uit het aanbod van hier en nu), en ook omdat ik zo de hoeveelheid beter kan afstemmen op onze noden, want weggooien vind ik zonde, en bijkopen vind ik gedoe.

Omdat ik niet meer in de stad woon, en een auto ontbeer, evenals een budget dat ik over drie winkels kan spreiden, en tijd, ben ik overgegaan naar het ‘één keer per maand’ winkelen in de Colruyt. Ik zie die dag met angst en beven tegemoet. Niet alleen ben ik na het één keer per maand winkelen meestal een 350 euro armer in één klap (voor jullie denken dat wij kaviaar eten: in het één keer per maand winkelen moeten er vijf bussen nutrilon soya van ongeveer 20 euro per bus aangekocht worden omdat mijn borstvoeding jammer genoeg op is, maar dat is een ander verhaal), maar ook onderneem ik dit event maandelijks met de bakfiets. Op de terugweg denk ik steeds dat ik dood ga, want het gaat hier nogal bergop en bergaf. Toen de onwillige vader er nog was, heb ik hem een keer gebeld om mij te komen helpen omdat ik zwarte vlekken zag dansen op de terugweg. Nu is er niemand om te helpen, en neem ik druivensuiker mee.

[Intussen onweert het, dat is mooi.]

Wat koop ik? Allerlei basics, zoals twaalf liter sojamelk, rijst, quinoa, bouillon, zeep, shampoo, koekjes en drankjes voor op school, honing, choco, haver, kikkererwten in blik, tomaten in blik, poetsproducten, vegetarische burgers, sojaroom… Ook enkele ‘luxe’-producten, zoals twee flesjes wijn (die ik dan nooit drink want ik wacht altijd op een speciale gelegenheid), zongedroogde tomaten en olijven. Als ik met die berg thuis ben geraakt, wat altijd weer een wonder is, moet ik het daar een hele maand mee doen. Aangevuld met de wekelijkse levering bio-vitaminen bij het voedselteam.

Laatst vroeg ik de oudste wat hij héél graag eens wou eten.

‘Een lolly!’ was het antwoord.

Ik besloot dat ik mezelf moest uitdagen, en na een periode met het weekmenu en een periode met de maandinkopen plus de voedselteamgroenten, heb ik nu een soort uitdaging voor mezelf gecreëerd. Elke maand zoek ik nu tien recepten die ik dan naar gelang het uitkomt, moet klaarmaken om weer eens wat nieuws te leren koken en te leren eten.

De tien van deze maand:

  1. Tarte tatin van tomaten van de website van Dille en Kamille. Ik vind de winkels heerlijk, maar had dus nog nooit gezien dat zij op hun website ook fijne recepten hebben. De tarte tatin heb ik uitgeprobeerd toen een vriendin kwam eten. Het was geslaagd! Het recept vind je hier: http://www.dille-kamille.be/nl/content/590/tarte-tatin-van-tomaten
  2. Canneloni met spinazie, ricotta en tomatensaus. Canneloni maken met verse spinazie, heerlijk! Waar ik het recept vandaan heb, weet ik niet meer. Ik maak het gewoon zoals het uitkomt. Een mengsel van ricotta met heel fijn gesneden verse spinazie, op smaak brengen met look, zout, peper en wat nog meer in de kast staat. Terwijl je de canneloni vult (tip: gebruik een spuitzak, dat gepriegel met lepeltjes waarbij je de vulling telkens weer aan de andere kant van de canneloni ziet wegschieten is zoooo irritant), staat uiteraard je tomatensaus (ui, tomaten, kruiden, …) lekker te pruttelen. De canneloni’s gaan op een rijtje in een ovenschotel (en ook één voor morgen), de tomatensaus er bescheiden over, en afwerken met wat zelf geraspte harde italiaanse kaas. Hmm!
  3. Linguine met courgette en olijventapenade. Hier kan ik nog niets over zeggen, moet ik nog testen. Voor wie mij voor wil zijn: http://www.dille-kamille.be/nl/content/1129/linguine-met-courgette-en-olijventapenade.
  4. Een risotto. Dankzij het mooie ‘Goed eten’ van Dorien Knockaert, ben ik de risotto weer gaan appreciëren. Vanavond een improvisatieversie gemaakt met kraakverse prei en spinazie, veel look en blauwe kaas.
  5. De minestrone voor altijd van Dorien Knockaert staat ook nog op het lijstje. Bij deze: dank Dorien, ik vind jouw schrijven en je recepten heel inspirerend en heb al veel van je geleerd. En het linkje: http://jongesla.com/2014/05/07/minestrone/
  6. Gevulde tomaat op zijn Provençaals van de wassende maan, is een nieuwe favoriet hier in huis. Makkelijk, snel, lekker. En voor wie de groentenwijzer van de wassende maan nog niet kent: ik grijp er heel vaak heel dankbaar naar terug, omdat je met die groentenwijzer je menu kan opstellen op basis van de groenten die je hebt en voor een vegetariër is dat nu eenmaal makkelijk. Het recept: http://www.dewassendemaan.be/default.aspx?PageId=1220
  7. Eveneens een topper van de wassende maan is de Algerijnse bloemkool in pittige tomatensaus. Om duimen en vingers bij af te likken en alweer: tamelijk makkelijk en weinig afwas ;). http://www.dewassendemaan.be/bloemkool
  8. Pasta met geroosterde kerstomaatjes van Tales from te Crib staat hier nu ook regelmatig op tafel, en is echt een lekkernij! Dank Lilith! http://www.talesfromthecrib.be/2013/11/lilith-maakt-saus-van-geroosterde-kerstomaatjes/
  9. Preitaart met tomaten en gorgonzola zal iets voor morgen worden: http://www.dewassendemaan.be/default.aspx?PageId=866
  10. En de aubergine Parmigiana was veel lekkerder dan ik vermoedde toen ik het recept las, en is een absolute blijver in deze keuken:  http://www.dewassendemaan.be/default.aspx?PageId=1596

Kijk eens aan. De maand is nog maar net goed uit de startblokken en zes van de tien recepten zijn al gemaakt. Wij eten hier niet meer elke dag stoofpotjes met tofu, beste lezers ;). En heel soms, maar echt héél héél soms, krijgt de oudste ook wel eens zijn lolly.

Deuren en ramen open

Ik had nooit gedacht dit te zullen schrijven. 6 weken geleden besloot mijn partner weg te gaan van ons. Plots was ik alleen met twee kinderen, de kleinste nog in babyformaat. Mijn baan is niet zo voor-de-hand-liggend te combineren met het alleenstaande moederschap omdat ik bijna wekelijks naar het buitenland moet. Financieel is het allemaal krap. Praktisch is het veel regelen. Emotioneel was het een klap. Er is een huishouden en een tuinhouden.

Net nadat hij mij de boodschap gebracht had, las ik ergens iets uit een onderzoek van Roos Vonk (een psychologe uit Nederland). Zij had aangetoond dat mensen na een liefdesbreuk meestal na een zestal weken terug op hun oorspronkelijk ‘geluksniveau’ zitten. Dat vond ik troostrijk. Pijn, maar korte pijn.

Als ik na zes weken even mag evalueren, zou ik durven stellen – weliswaar zonder meetinstrumenten – dat mijn geluksniveau niet op hetzelfde niveau is dan zes weken geleden. Het is verdiept. Waarom wijk ik af van de statistieken?

Ik heb ontdekt dat ik over hulpbronnen beschik. Dat wekt niet alleen een enorm gevoel van dankbaarheid op, maar werkt ook een gevoel van ‘verbonden zijn’ in de hand. Religare, het Latijnse woord waar religie van afgeleid is, betekent ‘verbinden’. En het gevoel verbonden te zijn met een aantal hulp- en krachtbronnen zet zich in mijn zijn ook af als een soort spirituele ervaring. Alle raampjes en deurtjes lijken opengeklapt te zijn in mijn hoofd en ik ben veel ontvankelijker voor wat mooi is (gaande van de volle maan die mijn bed ’s nachts verlicht, tot een lief moment met Babyzoon en/of Grote broer, tot het juiste woord op het goede moment). (En nee, ik heb de geheime marihuana-voorraad van de ex niet geplunderd om tot dit gevoel te komen.)

Eerst en vooral is er familie. Ouders en een zus die er plots nogal onvoorwaardelijk blijken te zijn, mijn gezin zelfs even overnemen als ik weer eens de trein op moet, zodat ik kan blijven werken. Mijn kinderen worden vertroeteld, er staat eten klaar als ik weer thuis kom en zelfs een taartje in de koelkast, soms is de strijk ook gedaan en op thuisdagen word ik gebeld. Alleen al hierom durf ik zeggen dat de verhouding tussen uren waarin ik verdrietig ben en uren waarin ik dankbaar ben ongeveer één op tien is.

Er zijn vrienden. Die bellen aan met een doos chocola, een fles wijn, of gewoon maar tijd. De laatste weken is het logeerbed vaker gebruikt dan het hele voorgaande jaar, en God-zij-dank, want in het begin werd het wel eens erg donker in mijn hoofd en dan is het fijn om niet alleen te zijn met twee kleine kinderen. Verder is er gekookt, er is voor mijn kinderen gezorgd op momenten dat ik niet op tijd thuis kon zijn of even weg moest, er zijn mailtjes en kaartjes gekomen, er is gewandeld en gepraat. En in een gezamenlijk project van een handje vol vrienden en familie is mijn tuin onkruidvrij gemaakt en mijn gras gemaaid. Jammer genoeg is dat effect vergankelijk :).

Mijn werkgever is op zijn eigen manier betrokken. Hij werpt fundamentele vragen op over hoe dingen nu verder moeten, waar ik even nog niet aan toe ben, maar het is wel goed bedoeld. Maar er is ook flexibiliteit. Als ik me na een fietstochtje door het bos (naar school en opvang) met een kopje koffie thuis achter de computer nestel voor een lekkere thuiswerkdag, voel ik me de koningin te rijk, evenals wanneer ik na een werkdag van twaalf uren en vier uur reistijd de sleutel in het slot steek.

En ten slotte, maar ik vergeet vast nog heel wat, is er ook mezelf. In mij wellen blijkbaar bronnen van kracht en moed op die ik niet voor mogelijk had gehouden. Ik zit vol ideeën en creativiteit, kan scherp denken (niet altijd, maar wel vaak) en heb in het algemeen het gevoel dat ik een periode van innerlijke groei doormaak, en dat is erg stimulerend. Ik ben een leukere en rustige moeder dan ik had gedacht als je mij op voorhand had gevraagd hoe ik het alleen zou aanpakken. Maar het fijnste is wel dat ik eindelijk het gevoel van nooit genoeg zijn, nooit genoeg hebben, nooit genoeg durven achter mij heb kunnen laten. Voor het eerst sta ik in mijn kracht en ben ik trots op mezelf. Wat gek dat je daarvoor in deze omstandigheden terecht moet komen. Waar het vroeger allemaal met twijfels ging en nooit genoeg was voor mezelf, ben ik nu tevreden. Ik heb minder dan ooit, maar het is goed zo.

En ja hoor. Soms vraag ik me af waarom ik dit moet meemaken en dat het verdomme niet eerlijk is en dat ik mijn leven haat en dat ik niet alleen wil zijn, en dat ik wil dat hij terug komt en dat ik wil dat hij nooit meer terugkomt en dat ik hem graag zou castreren als het even kon en dat ik graag nog één keer dicht bij dat vertrouwde lijf wil zijn, één keertje maar, enzovoort enzovoort. Dus ja hoor. Boos, verdrietig, haatdragend, wanhopig. Allemaal en niet bepaald met mate, bij momenten.

Primo Levi schreef het volgende:

Gij die veilig leeft
In uw beschutte huizen,
Gij die ’s avonds thuiskomt
Bij warme spijs en dierbare gezichten:
Bedenk of dit een man is
Die werkt in de modder
Die geen vrede kent
Die vecht om een stuk brood
(…)

 

(P. Levi, Is dit een mens, Meulenhoff, 1987)

 

Nu is mijn situatie helemaal niet vergelijkbaar met de Shoah. En ik weet dat er veel ergere dingen zijn dan een relatiebreuk en een kapot gezin.
Maar het veilig leven, in beschutte huizen, thuiskomen bij warme spijs en dierbare gezichten, trof me. Ik heb het zo vanzelfsprekend gevonden. Allemaal, elke dag, alles.

Nu niets meer vanzelfsprekend is, besef ik pas wat ik had. En ook wat ik nog overhoud. En welke geheime bronnen zich hebben geopenbaard. Ook al loopt mijn leven duidelijk even niet volgens plan, ik kan heel dankbaar zijn om wat er is. Het is minder dan ik hoopte en tegelijk oneindig keer veel meer.

Jij daar, die veilig leeft,
in een fijn huis, waar je misschien wel struikelt over kinderschoentjes in de gang, en waar je partner mogelijk het dopje niet op de tandpasta heeft gedaan, en waar zelfs nog een berg afwas staat, en een volle wasmand, maar waar er lieve gezichten zijn en vertrouwde geuren en iemand die je even door je haren woelt of door wiens haren je even mag woelen,
bedenk dat er mensen zijn, die in een leeg huis thuis komen, die verdriet hebben, pijn, spijt. Die moeite hebben de eindjes aan elkaar te knopen, voor wie het niet gaat zoals gewenst.

En als je dan besluit dat je in je leven ‘genoeg’ hebt aan al die dingen die zo vanzelfsprekend lijken, ga deze week dan eens met een doos chocola, een bos bloemen of gewoon jezelf en je tijd aanbellen bij iemand die het nodig heeft.

 

P.S. Ik had deze week voor het eerst een reactie op een blogje, en dat vond ik heel fijn want het was zo lief. Dank!

Schrijfs

Zoals een kat soms krols kan zijn, ben ik soms ‘schrijfs’. Dat is begonnen toen de onwillige vader weg gegaan is. In mijn beste momenten denk ik dan dat er weer creativiteit in mijzelf kon opborrelen door zijn vertrek, want in een relatie vertoeven met iemand die zijn verantwoordelijkheid niet opneemt en als een mantra herhaalt ‘ik weet niet of ik nog van je hou’ is niet zo verkwikkelijk. Als ik realistisch ben, durf ik te stellen dat ik vooral schrijfs geraak van het feit dat ik niemand heb om – zoals onze noorderburen het zo mooi zeggen – tegen aan te lullen, op een nuljarige en een vierjarige na.

Wat ook zal meespelen in het ontstaan van de ‘creatieve’ neiging, zal het feit zijn dat wij geen tv hebben. Noch een tablet. Noch een smartphone of iets dergelijks. Wij hebben een zandbak, speelgoed, een laptop die ik voornamelijk voor mijn werk gebruik, en ik heb een twaalf jaar oude Nokia waarmee ik kan bellen en sms’en en aangezien ik niet goed zou weten wat ik anders nog wil doen, koop ik niets nieuws. O, en we hebben ook een vaste lijn, want ik ben soms wat bang van gsm-straling.

Mijn kinderen hebben vast pech hier op te groeien en voor jullie denken dat ik één of andere weirdo ben: ik heb gewoon een baan enzo hoor.

Waarom hebben we al die dingen niet? Omdat ik uitga van behoeftes en niet van trends. Het is niet omdat iets handig is en je er allerlei dingen mee kan, dat ik dat nodig heb en dat ik al die dingen wil kunnen die je er mee kan. Toen mijn ouders bijvoorbeeld een tablet hadden, kwam ik even in verleiding, maar toen heb ik me afgevraagd wat je daar meer mee kan dan met mijn laptop en van de dingen die je daar meer mee kan, welke ik dan zou willen kunnen, en ik kon niets verzinnen dus heb ik mezelf daar een paar honderd euro bespaard. En een hoop stress, want voor alles wat je hebt moet je zorgen: je mag het niet kwijt geraken, het mag niet gestolen worden, …

Bovendien is het beter voor het milieu om al die dingen niet te hebben. Minder willen, consuminderen.

Soms vind ik het absurd en word ik er kwaad van dat we telkens maar meer dingen willen, doordat er bepaalde noden worden gecreëerd die eigenlijk niet zo accuut zijn als de meeste mensen denken, terwijl de prijs die we er voor betalen zo groot is. Ecologisch, maar denk ook aan kinderarbeid, werkomstandigheden in verre landen, …

Wat wij hier doen, zonder tv, tablet, smartphone en zelfs zonder auto? De kinderen spelen. De oudste bouwt zandkastelen en de jongste eet gras in de tuin. Er worden duplocreaties gemaakt, bijvoorbeeld brandweerwagens die ook een vuilniskarfunctie hebben, en er worden schoendozen die ik volstop met babyspeelgoed geleegd. En soms als ik aan het koken ben en ze janken allebei, denk ik gemelijk dat een tv geen slecht idee zou zijn, maar als ze dan mogen helpen in de keuken, de jongste door met pottekes uit de kast te spelen en de oudste door groenten te wassen, is dat meteen ook weer opgelost.

Wat ik zelf doe?

Naast overleven? Het huishouden, mijn werk, het zorgen, het knuffelen. Ik zou eerlijk gezegd niet weten wanneer ik tijd zou hebben voor tv of tablet. En als ik tijd over heb? Koken, mensen zien, praten. En lezen. Lezen!

Na de geboorte van Kleine Man ben ik gedurende twee maanden rond 21u naast Kleine Man in bed gaan liggen met een boek. De schoonste avonden van mijn leven. De baby naast me, af en toe een blik werpen en denken: ‘ik heb hem zelf gebaard!’. En dan verder lezen. Lekker.

Over wat ik lees, later meer. Als ik nog eens schrijfs ben. Nu wordt het tijd om even strijks te geraken.