30

Ik was jarig en je schreef me dat je hoopte dat alles beter zou worden. Na de zeven magere jaren, de zeven vette. Anderhalve week later ging je weg, definitief.

Ik loop door het huis. Af en toe stroomt er dan een geluksgevoel door me heen. Dat het leven nu van mij is, dat ik nu doe wat ik wil en zoals ik het wil. Zo’n gevoel. Vandaag niet, het is gewoon een opgeruimd huis met slapende kindjes in bedjes, een bos rozen die ik voor mezelf gekocht heb op tafel, een mand gestreken kleine kleedjes in de gang, boeken in elke kamer, enkele rode jurken drogend aan kapstokjes aan de grote kleerkast, een computer die zoemt, schemer dat groeit.

Ik ben kwaad en verdrietig. Het leven deelt klappen uit. Soms voel ik me murw geslagen. Soms vecht ik terug. Meestal probeer ik te aanvaarden en er het beste van te maken. Voor die kleine slapende zieltjes in de bedjes in dit huis. Voor mezelf. Als ik het niet doe, wie dan wel?

Ik probeer het verdriet te doorgronden. Er was zo veel dat niet goed was. Vaak had ik het gevoel dat ik niets van je mocht verwachten, helemaal niets. Op een avond tijdens de vorige zomer, hoogzwanger, plakte ik een vlinder in mijn werkkamer op de muur. Het was weer allemaal zo moeilijk, je sliep in de logeerkamer, ik voelde me zo ontzettend eenzaam. De vlinder werd mijn symbool voor mijn ziel, die vrij en sterk was en die altijd van mij zou blijven. Dat beloofde ik mezelf. Daarover zou ik waken.

Dingen werden erger. En nu kijk ik terug en begrijp niet waarom ik het zo ver heb laten komen. Waarschijnlijk omdat ik geleerd heb thuis dat je altijd je best moet doen. Dat je anderen moet helpen. Dat er goede dagen en kwade dagen zijn, en dat je ook in die kwade dagen trouw en liefdevol moet zijn. Omdat ik geloofde dat liefde ons erdoor zou helpen. Om de kinderen.

En nu ben je weg. Ik heb verdragen wat ik niet had willen verdragen, ik heb je liever gezien dan goed voor me was. Ik ben alleen met twee kindjes. Ik ben boos en verdrietig. En ik vraag me af waarom.

Ik denk dat onze relatie destructiever voor me was dan het einde ervan. Ik ben verdrietig om wat er nooit was, omdat het er nooit was. En soms wil ik dat helemaal niet snappen. Dan kijk ik naar de ogen van Babybroer of naar het spelen van Grote Broer, dan kijk ik naar mezelf in de spiegel en weet dat ik mijn best gedaan heb. Dan denk ik: alles was er om het mooi te maken, het goed te hebben, waarom wou je dan niet, waarom kon je dan niet?

Alle gevoelens zijn intens. Dankbaarheid om veel. Verbondenheid met de kinderen. Kracht in mezelf.

Maar net zo goed is er dat moment dat ik echt niet zie aankomen. Neerzakken op een stoel, benen die trillen, ergens ver een hoog gehuil horen dat blijkbaar van mezelf komt, en mezelf horen zeggen dat ik dit niet alleen wil doen, dat ik niet alleen wil zijn.

Ik wil niet alleen zijn.

Vragen. Over waaraan ik dit verdiend heb. Waarvoor ik gestraft word. En daar dan bijna gek van worden.

Ik merk dat ik meestal niet meer geloof in dingen die goed komen. In nieuwe kansen. In dat ik ooit heel erg blij zal zijn dat ik dit heb meegemaakt omdat het een transitie was naar een beter bestaan. En tegelijk hoop ik er op, als gek. Hoop op een partner van wie ik wel iets mag verwachten, hoop op niet alleen zijn, hoop op beter, hoop op nog een kindje in dit leven.

En pijn als ik de kindjes zie. En ons ini-mini-familietje. Ik vind het te weinig, ik wil ze zo graag een compleet gezin geven. En dan zie ik ons drietjes van op een afstandje en het voelt zo kwetsbaar en ik wil dat mijn kindjes meer hebben, ik wil dat ze meer hebben en ik besef dat veel van wat ze hebben en zijn door mij zal moeten gegeven worden en ik weet dat ik zal geven wat ik kan, maar ik wou dat er meer was.

Ergens diep vanbinnen weet ik dat je een gekwetste ziel bent, met een slechte basis, en dat dit een verhaal is van misschien wel gewild hebben, maar niet gekund, en lang de schijn ophouden, maar dan toch maar afhaken. Ergens weet ik dat jij de grootste verliezer bent, want er is zo veel moois dat je niet hebt, ziet, voelt, vooral in de leventjes van de kleintjes (wist je dat Babybroer vandaag voor het eerst geschommeld heeft? Hij vond het zo fijn, hij glunderde helemaal, de kleine lieverd). Maar ook dat maakt me bang, voor de cyclus van pijn die eindeloos lijkt, en die doorgegeven wordt over generaties heen, en hoe, in Godsnaam, hoe kan ik mijn kinderen behoeden? Hen de wereld insturen als jonge mannen die hun verantwoordelijkheid kunnen nemen, geen bitterheid hebben in hun hart, en zullen kunnen liefhebben, iets te geven zullen hebben aan hun partners en hun eventuele kinderen?

En de vlinder. De vlinder. Ik probeer hem te vrijwaren van het kooitje van de boosheid en het verdriet, waarin hij verzeild is geraakt, maar waarvan de deur gelukkig open staat. Ik denk dat het vermogen om dankbaar te kunnen zijn de sleutel is om het kooitje ten allen tijde open te kunnen maken, moest het deurtje dicht vallen. En die sleutel probeer ik in handen te houden. Het fijne is dat ik daarvoor alleen maar even naast de bedjes van Grote Broer en Babybroer moet gaan zitten, hun gloeiende handpalmpjes strelen, even naar hun adem luisteren en dan stilletjes wegsluipen.

Advertenties

10 gedachtes over “30

  1. Mooi geschreven en alweer herkenbaar. Weet je dat de zondagen lang het moeilijkst blijven? Na 5 jaar soms nog als ik eerlijk mag zijn.
    Dan komen de “perfecte gezinnen” buiten. Toen wij daar nog bijhoorden viel me dat niet op.
    Nu weet ik dat we niet “perfect” waren en dat die andere families dat ook niet zijn, maar het kon diep snijden. Nochtans waren de zondagen toen ook niet mijn lievelingsmomenten. Omdat er toen, zoals je ook schrijft, verwachtingen waren die niet konden worden ingelost. Te graag zien, te veel verwachten, de andere partij die dat niet aankan en vlucht in hobby’s, werk, vrienden,…..
    Ik had het zelf nooit kunnen opgeven, nu ben ik blij dat hij het wel kon. Wat toen het ergste leek dat me kon overkomen is achteraf een geschenk gebleken. Voor mezelf dan toch. Voor mijn kind had ik het anders gewild. Dat blijft zo vrees ik. Vooral op zondagen.

    • Dank voor wat je schrijft, en mooi dat je er zo genuanceerd, gelaagd naar kan kijken. De eindbalans lijkt ‘vrede’ en een soort berusting als ik het zo lees, maar daarbinnen mogen blijkbaar nog andere gevoelens bestaan. Ben wel benieuwd naar waarom je het als een geschenk voor jezelf beschouwt, al heb ik er ook wel beelden bij: in een relatie die op een manier destructief is, is de ‘vlinder’ wel eens in gevaar…

      • Het geschenk is het weten dat het anders kan. Dat de relatie waar ik in zat niet goed en niet genoeg was voor mij. En dat ondanks de pijn van het verlaten worden, de kansen weer open liggen. Dit inzicht komt niet van vandaag op morgen, maar in stukjes en daar ben ik dankbaar voor.

  2. zo mooi geschreven. Als kind van een moeder die veel gegeven heeft, ondanks haar eigen moeilijke thuisachtergrond, kan ik zeggen dat liefde de basis is. Als je aan je kleine mannen kunt doorgeven dat je van hen houdt, dan mag de situatie niet perfect zijn, dan mag je fouten maken, dan heb je het belangrijkste bereikt. Zoals ik je lees, denk ik dat je hier al wonderwel in slaagt. Vertrouwen, dankbaarheid, pijn toelaten en af en toe loslaten: het zijn de sterkste gaven van het leven …

  3. Ik ben er inderdaad zeker van dat als je dieper zou kijken, je zou zien dat heel veel van die perfecte gezinnen die op zondag buiten komen verre van perfect zijn, dat heel veel gezinnen de schijn hoog houden, vaak voor de kinderen. Ik deed het zelf ook lange tijd (voor mezelf en voor mijn omgeving). Ik dacht dat ik graag genoeg kon zien voor ons beiden.

    Na de relatie, die ik zelf beëindigde omdat ik zo op was van altijd maar te geven, het gapende gat aan de andere kant van de relatie kon onmogelijk dieper zijn dan de relatie waar ik mij zo eenzaam in voelde, besefte ik pas hoe fout het zat. Ik besliste trouwens om weg te gaan, terwijl ik met een zwangerschapstest voor mijn neus op het deksel van de wc-pot zat af te wachten of die positief dan wel negatief zou zijn. De test bleek negatief en Ex en ik hadden dus geen kinderen. Dat maakte het natuurlijk véél gemakkelijker, maar ik zou ook zwanger zijn weg gegaan, omdat ik mijn kind niet in de relatie wilde opvoeden.

    Nu ik een zoon heb, besef ik dat des te beter. Ik ben altijd van ’t idee geweest dat je je best moet doen in een relatie en al helemaal als er kinderen zijn, dat veel mensen tegenwoordig te snel de handdoek in de ring gooien. Je moet echter wel met twee zijn om eraan te werken. Als de een eraan wil werken en de ander trekt de kar in de andere richting, dan mag je nog zo hard je best doen. Anderzijds besef ik ook dat een relatie, puur om de kinderen, niet kan werken en voor diezelfde kinderen ook niet gezond is. Nu gaan ze misschien niet weten hoe het klassieke gezin aanvoelt, maar een gezin waar te veel spanningen in zijn, lijkt mij ook niet gezond. En wie ben ik om te oordelen over de relatie van een ander? There’s more than meets the eye, nietwaar?

    Je schrijft dat je kinderen alles van jou zullen moeten meekrijgen, maar als ik ’t zo allemaal hoor, lijkt mij dat ze dan alles zullen krijgen wat ze nodig hebben en veel meer: een mama die hen doodgraag ziet en het allerbeste met hen voor heeft. De energie die je vroeger in een relatie stak die gedoemd was, kun je nu voor hen bewaren en als je er klaar voor bent, in een nieuwe relatie.

    Wat je schrijft over niet veel durven verwachten in een relatie, herken ik zo hard. Lief noemde mij zijn gekwetste vogeltje en dat was ik ook. Ik zag ex graag, maar werd niet graag gezien. ’t Toeval wil dat ik vandaag mijn eerste bericht op mijn blog herlas en de pijn bijna weer voelde. Zoveel jaren later kan ik je met mijn hand op mijn hart garanderen dat je wél veel van een partner mag verwachten en dat het dus ook zo anders kan. We zijn echter niet het perfecte gezin: we hebben ook onze issues, maar ze zijn niet onoverbrugbaar en bovenal: in dit gezin wordt graag gezien.

    Je gelooft misschien niet meer in sprookjes, maar ik wel nog, al heb ik het weer moeten leren. Het komt goed, maar het zal misschien wat tijd vragen. Of zoals John Lennon het ooit zei: “Everything will be okay in the end. If it’s not okay, it’s not the end.”

  4. Dank voor antwoorden, reageren. Ik ben blij om ‘echte’ verhalen van ‘echte’ mensen te lezen, want vaak zie je alleen buitenkant en als ik mijn buitenkant vergelijk met die van anderen, kom ik er vrij bekaaid vanaf :). Het betekent echt veel om te lezen over andere levens en liefdes, over dat het elders ook wel eens zoeken is of verdriet, dat niet alles huisje-tuintje-boompje-beestje gaat… *Dankbaar*.

  5. Wat een eerlijke tekst.

    Ik denk dat wij zo’n gezin zijn, dat op zondag buitenkomt, en van wie anderen denken dat we perfect zijn. En neen, dat zijn we niet. We hebben ook problemen, de ene maand meer dan de andere. Er zijn momenten waarop ik dacht dat ik alleen bij hem bleef omwille van de kinderen. Nochtans is hij geen slechte partner, en nog veel minder een slechte papa. Maar soms denk ik dat we het gehad hebben, dat het op is, zonder dat het iemands schuld is. Is dat een reden om ermee te stoppen? Werpt dat voldoende gewicht in de schaal? Ik denk het niet, maar op de slechte momenten denk ik het wel.

    Ik hoop voor jou dat je iemand vindt die jou kan geven wat je nodig hebt. Geloof me, zulke mannen bestaan. 🙂 Hopelijk zal je dat ooit ook inzien.

  6. Veerle, wat een eerlijke reactie. En jeetje, waarom is het zo moeilijk gelukkig te zijn met iemand, het samen goed te hebben, doorheen de jaren, in goede en kwade dagen? Ik kan me goed voorstellen wat jij zegt. Is ‘niet slecht’ goed genoeg? En hoe weet je wanneer het op is? Misschien is het niet gek te blijven voor de kinderen, en waarschijnlijk komen er telkens wel weer ‘ups’ na de ‘downs’ of moet je daarvoor zorgen. Ik vraag me ook altijd af hoe het kan dat twee mensen bij elkaar blijven doorheen alle persoonlijke ontwikkelingen heen. Als mens verander je toch voortdurend, je ontplooit, ontwikkelt, evolueert. Ben je als partners in dat ontplooien, ontwikkelen, evolueren altijd op elkaar afgestemd? Het lijkt te mooi om waar te zijn, en tegelijkertijd neem ik dat wel als norm en als ideaal. Eerlijkgezegd zie ik soms ook bij vrienden dat ze hun eigen ontwikkeling als mens stil zetten om in het plaatje te blijven passen, en dat vind ik dan een beetje sneu. Zoals heel erg het huisvrouwtje spelen die dan met de kaart van husbie mag gaan shoppen en dat op facebook post, terwijl ze verdorie zelf een baan en een universitair diploma heeft. En bij het nadenken over al deze dingen, lijkt het soms alsof niets in het leven nog vast is, alsof er geen enkel ijkpunt meer is, niets lijkt nog absoluut. Alleen de liefde voor Grote broer en Kleine broer, daar doen we geen grammetje van af :).

  7. Oh ,ben hier even wat oude posts aan het lezen en van deze krijg ik kippevel. Dat 2de stuk, al die dingen waar je bang voor bent, en dat je meer zou willen voor je kinderen,dat herken ik (en ik denk nog vrouwen)
    Maar ik denk echt dat als je volhoudt en je je kinderen graag ziet en hun dat laat merken dat dat al een hele goede basis is.
    Knuffel

  8. Pingback: Brief aan mezelf van één jaar geleden | En ze leefden nog groen en gelukkig

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s